Antropocentrisch
Antropocentrisch
Een goede vriend kreeg een vraag van een collega. “Hans,
geloof jij nu echt dat we afstammen van apen?” Deze collega was kennelijk nog
steeds niet erg overtuigd van de theorieën van Wallace en Darwin. Het antwoord
was: “Nee, dat geloof ik absoluut niet. Wij zijn gewoon apen.” Het
antwoord was me uit het hart gegrepen. Het getuigde van een volstrekt objectieve
houding tegenover de relatie tussen mensen en andere dieren.
Ook Multatuli zou tevreden zijn geweest met de
uitspraak. In Woutertje Pieterse laat hij schoolmeester Stoffel immers zeggen: “Juffrouw
Laps, je bent ‘n zoogdier.” Dit tot grote verontwaardiging van juffrouw Laps.
Ontwikkelde mensen hebben algemeen het geocentrische
wereldbeeld laten vallen. De aarde wordt niet meer gezien als het centrum van
het heelal. Diezelfde mensen hebben, merkwaardig genoeg, erg vaak nog steeds
een antropocentrisch wereldbeeld. Bij Fransen is dat vaak te merken aan de
manier waarop ze andere dieren beschrijven, met allereerst een opmerking over
de eetbaarheid, lekker of niet. “C’est typiquement anthropocentrique”merkte ik
daarover op bij een zeer geleerd Frans echtpaar.
“Paul, tu inventes des mots”, jij bedenkt zelf maar
woorden, kreeg ik te horen. Ik protesteerde en zei dat dit stellig een
internationaal gebruikt begrip was en dat alle westerse talen ongeveer dezelfde
vorm moesten gebruiken. Een wat oudere grote encyclopedie van Larousse bleek het
woord niet te bevatten, wat mijn indruk van een antropocentrisch Frankrijk versterkte.
Ondertussen is het woord ook in de Franse woordenboeken
terecht gekomen. Mens en aap met gemeenschappelijke voorouders, samen een groep
zoogdieren met allemaal een duim in oppositie. Je hoeft geen Voltaire te zijn
om gemeenschappelijkheid te zien.
Anthropocentrique: Paul, tu inventes des mots. Het
verwijt blijft me bij.
Paul G. Dekker
Oosterbeek, juli 2020
Reacties
Een reactie posten