Gas, Groningen huilt

 

GAS, Groningen huilt

Drama in vijf bedrijven

I.                   De jaren zestig

Onder Slochteren is een gasbel ontdekt. Een heel grote gasbel. Dat is wereldnieuws. Heel Groningen is aangenaam verrast. We zijn een energie-provincie geworden! Miljarden kubieke meters gas zitten er onder een zoutkoepel. Er wordt direct hard gewerkt aan de exploitatie. De staat sluit een contract met twee grote oliemaatschappijen: Shell en Exxon. Die hebben verstand van het exploiteren van gas- en oliebronnen.

De minister van Economische Zaken, de Pous, is een slimme vogel met kennelijk een goede ambtelijke ondersteuning. Hij sluit een contract af met de twee oliemaatschappijen en de NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij.  De NAM is de voor de exploitatie opgerichte dochter van de twee oliemaatschappijen. Het contract houdt in dat er royalty’s zullen worden betaald voor het opgepompte aardgas en dat het gas zal worden geleverd aan de Gasunie. Bij elke stap en bij dividendbetalingen zal een aanzienlijk deel van de betalingen aan de staat der Nederlanden worden afgedragen. Een Groningse econoom ziet het als een soort wurgcontract, waarbij de staat wel erg veel van de opbrengsten naar zich toe haalt, zonder daar zelf iets voor te doen.

Er wordt een net van pijpleidingen aangelegd, waarmee heel Nederland en het buitenland van Gronings aardgas worden voorzien. De regering probeert veel gas te laten verkopen, omdat ze verwacht dat binnen een paar jaar atoomcentrales zoveel goedkope energie zullen leveren dat wij met een enorme gasbel onder de grond zullen blijven zitten. In de provincie Groningen wordt een aluminiumfabriek opgericht die zeer goedkoop aardgas krijgt. Goedkoop gas is nodig voor het energievretende proces om te kunnen concurreren met aluminiumerts verwerkende bedrijven die hun energie uit waterkracht halen.

In Groningen komt een discussie op gang over de bodemdaling die verwacht kan worden door al dat gas weg te halen. Een bekende ingenieur zegt dat men daar geen last van zal hebben. Het gas komt uit gesteente en dat kan niet zomaar inzakken. Dat inzakken is een primitief idee van mensen die gas oppompen gelijkstellen aan het gangen graven om steenkool te winnen.

 

II.                 De jaren zeventig

De gaswinning gaat voort. De gasvoorraad blijkt veel groter dan eerst gedacht. Hoe kun je daar zoveel mogelijk winst uit halen? Binnen afzienbare tijd zal energie met kernsplitsing vrijwel gratis zijn denkt men. Dan zit je maar met die gasvoorraad. De verkoop van gas brengt veel geld op en de rijksoverheid kan meer uitgeven. Een deel van de inkomsten komt terecht in een infrastructuurfonds. Ook de steun aan lage inkomenstrekkers wordt verhoogd. Iedereen is blij met het extra geld dat als manna uit de grond vloeit. De gulden stijgt in waarde en de Nederlandse concurrentiepositie gaat achteruit. De werkloosheid stijgt. Het Engelse blad The Economist schrijft over de Dutch Disease.

 

Nederland hoeft zich niet meer echt in te spannen om te genieten van de rijkdom. In de provincie Groningen vindt men dat daar wel wat meer geld naar toe zou kunnen vloeien. Bovenal is Groningen er trots op de energieprovincie te zijn. Bij de stad worden grote kunstwerken geplaatst met dag en nacht brandende vlammen. Zo herken je de energiestad.

 

III.             De jaren tachtig 

De Groningse grond zakt toch meer dan eerder voorspeld.  Geen onrust. De daling zou kunnen oplopen tot zeventig centimeter. Sommige dijken moeten wel extra nagekeken worden. De waterschappen en de provincie gaan extra opletten. Het land begint aardig te wennen aan de vaste inkomsten van het gas. Een mooie blijvende inkomstenbron voor het rijk. Er wordt gedacht aan het aanboren van meer gasvelden. Waar is de grens?

De eerste aardbevingen vinden plaats in de provincie. Een vriend vertelde me: “Het was alsof er een zware vrachtwagen door mijn flatje rolde. Ik ging kijken waar dat vreselijke lawaai vandaan kwam. Het was gelukkig buiten en geen ramp binnenshuis.”

De gasbel blijkt weer veel groter dan eerder geschat. Men verwacht nu een gelijkmatige lichte inklinking van de bodem. Dat is geen reden tot paniek.

 

IV.              De jaren negentig

Gas is schoon, schoner dan aardolie. Het volk stookt rustig zijn huizen warm. Ook de gasexport loopt prima.  Er ontstaan wat scheurtjes in sommige huizen in en bij Slochteren. Geen nood. De NAM vergoedt alles ruimhartig en laat alle schade goed repareren. Natuurlijk zijn er ook mensen die ouderdomsgebreken van hun huis mee laten nemen met gasherstel. Iedereen weet dat, maar de NAM wil niet op kleinigheden letten. De sfeer moet goed blijven, daar in Groningen. In de provincie komt wel lichte onrust over de verkoopwaarde van huizen.

 

V.                              De nieuwe eeuw  

De schade in Groningen loopt op. Huizen dreigen in te storten. Sommige panden moeten worden gesloopt. De provincie voert de druk op het rijk op om meer te vergoeden. Bewoners van huizen met schade krijgen naast reparaties een beetje geld voor isolatie van hun pand. Hun wordt niet gevraagd of zij dat willen of dat ze liever contanten krijgen. De waardevermindering van huizen wordt echt aanzienlijk en loopt vaak in tonnen per huis. Bewoners kunnen hun huis niet meer verkopen voor de eerder verwachte prijs. Ook sommige boeren zien hun irrigatiesysteem kapotgaan door de bodemdaling.

De staat blijkt in totaal wel driehonderd miljard Euro aan inkomsten uit gas te hebben gekregen. Een Tweede Kamerlid briest dat de belastingbetalers (dus de staat) de schade in Groningen niet gaan betalen. Dat moeten de oliemaatschappijen maar doen. De schade aan gebouwen in Groningen wordt elk jaar groter. Groningen huilt.

Ook de provincie laat de inwoners met schade aardig in de steek. Er komt nog steeds geen eigen gedeputeerde met een portefeuille gasschade. Inwoners met schade worden niet echt gesteund. De provincie bemoeit zich niet met processen tegen de NAM of de staat. De minister van economische zaken laat de schadevergoedingen sloffen tot een nieuwe minister de portefeuille overneemt. Die erkent de verantwoordelijkheid van de staat. De uitwerking van die verantwoordelijkheid blijkt moeizaam te gaan. Er vinden geen directe betalingen plaats aan mensen met schade. De schade wordt nog steeds vrijwel helemaal door de Groningse bewoners gedragen. Het conglomeraat van staat en oliemaatschappijen, en vooral de staat heeft de winst binnengehaald en de schade van de gaswinning voorlopig maar bij de mensen gelaten die boven de gasbel woonden.

Vele duizenden panden moeten worden hersteld of vervangen. Dat is een ingewikkelde zaak. Sommige panden worden gestut. Andere worden gesloopt. Wanneer is de gaswinning de oorzaak? Of zijn het de muizen of de spinnen? Elke schade moet apart worden beoordeeld. Soms wordt duidelijke schade in het aardbevingsgebied niet erkend als aardgasschade. Een benadeelde dame verliest haar bedrijf en inkomen doordat haar stal om dreigt te vallen. Ze krijgt geen steun of bijstand omdat ze nog een woonhuis heeft. Ze gaat in hongerstaking.

Groningen komt met zijn schade wekelijks op de televisie. Het schadeherstel gaat langzaam en slecht gecoördineerd. De plaatselijke aannemers raken overbelast. Veel mensen voelen zich nog steeds onzeker en twijfelen of ze ooit alle schade vergoed zullen krijgen.

 

Wat is de schade? Wie zal dat betalen, lieve zoete Gerritje? En wanneer? Voorlopig draaien de Groningers op voor de schade. Gemeenten en provincie blijken hun bevolking niet te willen of kunnen beschermen. Waarschijnlijk zijn ze zich hun plicht niet eens bewust. Het staat immers niet in de wet dat ze hun burgers moeten beschermen tegen onrecht van staatszijde. De staat heeft het meest geprofiteerd, maar wou de Groningers niet beschermen. Pas minister Wiebes erkende het onrecht min of meer volledig. Van een snel rechtsherstel is nog geen sprake. De vergelijking dringt zich op met de vroegere roofridders, die de bevolking zogenaamd beschermden, maar vooral uitbuitten. Groningen huilt. Wie luistert?

 

En toen kwam de Coronacrisis. Iedereen is bezig met zijn eigen lot. Duizenden mensen sterven door de virusinfectie. Wie denkt er nog aan Groningen?

 

Nero M. Zwart 

Oosterbeek, mei 2020

Reacties