Rechter vermoeid

 

Advocaat en rechter 

Als advocaat ken je de rechters en officieren van justitie. Ze hebben hetzelfde vak gestudeerd en waren lid van dezelfde studentenvereniging. Toch kun je het helemaal oneens zijn met elkaar. Geen probleem. Voor ons advocaten is het gevecht met het O.M. en de rechterlijke macht een mooi spel. Bovendien kun je er ook nog een aardige boterham mee verdienen.

Neem nu die zaak van gisteren. Mijn cliënt is een man met een strafregister. Hij is al eens opgepakt voor een ernstige belediging en voor een klap aan een agent die hem zonder aanleiding met een wapenstok te lijf ging. Allemaal te begrijpen, maar wel goed voor een veroordeling. Nu gingen we naar een zitting wegens zogenaamd geweld tegen een conducteur van de spoorwegen. De officier beweert dat hij een conducteur heeft geslagen. De conducteur zelf ontkent het, maar zegt dat hij bang was voor mijn cliënt, omdat die er zo sterk uitzag. Daarom heeft hij hulptroepen opgeroepen toen mijn cliënt geen kaartje leek te hebben. Nu wordt de eis waarschijnlijk een maand wegens herhaald geweld. 

Cliënt B. vraagt me wat zijn kansen zijn. Ik heb gehoord dat de rechter net vier maal iemand heeft vrijgesproken. “Nou B, bereid je op het ergste voor. Ik ken de rechter. Geen sterke man. Hij kan de officier niet vijfmaal achter elkaar in zijn hemd zetten”. We gaan de rechtszaal binnen. De officier houdt zijn betoog en eist de voorspelde maand wegens geweldpleging. B. zou geregeld geweld hebben gepleegd en nu weer in de fout zijn gegaan. Ik betoog dat het nu niet om het verleden gaat van B, maar om de handeling die volgens de officier in december vorig jaar zou zijn gepleegd. Het gaat dus om de beweerde aanval tegen de conducteur. Die heeft zelf getuigd dat hij niet aangevallen was, maar dat hij een voorzorgsmaatregel had genomen.

De rechter heeft geen zin in een lang heen en weer gaand gesprek en wil de zaak kort houden. Hij is aan de lunch toe. Hij hamert verdere bezwaren van mij af. “B. heeft een verleden van geweld en heeft nu weer voor een opstootje gezorgd. Geweldpleging wordt niet geduld. Een maand. De zitting is gesloten” 

Zo kun je je vak niet uitoefenen, vind ik. Die maand hechtenis zal cliënt wel overleven. Maar met zulke rechters kun je als advocaat het spel niet spelen. De officier is een leuke jonge vrouw en dat speelt ook een rol. Die rechter laat zich te makkelijk inpalmen. 

Als advocaat heb je het maar moeilijk met zulke rechters die eigen spelregels in gaan voeren. Maar wat moet je doen? Je kunt niet elke keer in beroep gaan. Ieder zijn eigen rol, zeg ik. Dan komen we er wel uit. Het spel moet doorgaan.

 

Nero Zwart, sept. 2017

Reacties