Biologie en fascisme
Biologie
en fascisme
“Wil je die verdrinkende woelmuis niet even een zetje
geven om te overleven?” Dat werd een bioloog gevraagd, naar aanleiding van een
film over de natuur van het Wad. “Nee, er zijn nog tienduizend andere”, was het
antwoord.
Voor biologen is de natuur iets prachtigs, zolang de
mens maar niet ingrijpt. Nu ja, soms kun je de natuur ook “verbeteren”. Biodiversiteit
staat hoog aangeschreven, afgezien van het Coronavirus. Wolven zijn populair
bij biologen, niet bij lammetjes. Individuen zijn niet zo belangrijk, soorten
wel. Vooral stevige goede soorten. Die manier van denken riekt sterk naar fascisme.
Bewondering voor wat zich goed weet te handhaven. Geen empathie voor het
verdrinkende individu. Geweld is mooi, voor biologen, zolang het niet van
mensen komt.
Als lijdend voorwerp zul je daar wat anders over
denken. Toch is biologisch denken over ontwikkelingen goed om er meer van te
begrijpen. Het aantasten van het regenwoud is geen gevolg van het gebruik van
palmolie uit de ontgonnen gebieden voor margarine. Mensen willen eten en meer
mensen willen meer eten. Voor een bioloog is er op deze aarde duidelijk sprake
van een mensenplaag. De homo sapiens is te goed in het bestrijden en gebruiken
van andere organismen. Het succes moet op een gegeven moment tot de ondergang
van deze soort leiden.
De aarde is daar natuurlijk niet in geïnteresseerd.
Het heelal uiteraard ook niet. De Fransman, Le Pen zou mogelijk het hele
mensdom als een detail zien in de geschiedenis van de aarde. Wie zou hem daarin
ongelijk kunnen geven? De aarde is ook niet zo belangrijk in de geschiedenis
van het heelal. Voor ons mensen natuurlijk wel. Wij kijken daarnaar met een
vergrootglas.
Zo zie je maar weer hoe belangrijk de kijker is voor
het beeld. Voor andere dieren mogen de fasces (roeden) wel gebruikt
worden. Voor onszelf liever niet. Wees maar flink, het leven heeft nog wel wat
voor ons in petto.
Januari 2021
Reacties
Een reactie posten