Freek Engel, gezien door zijn achterneefje

 


Freek Engel, gezien door een achterneefje

 Oom Freek speelde een grote rol in mijn leven, door zijn aanwezigheid alom met zijn “Engeltjes”. Al mijn - gelukkig schaarse – familieleden hebben en hadden overal Engeltjes hangen. Vaak koeien in een landschap van weilanden en water, soms een bloeiende boomgaard of een zandafgraving. Die koeien gingen me op een gegeven moment wat vervelen, tot ik, ouder geworden, zag hoe bijzonder ze geschilderd waren. Nog weer later kregen we uit een erfenis een paar schilderijen: Welkende bloemen, een dromerig Zicht op de Zaan en bovenal een buitengewoon mooie Kop van een stierkalf.

 Dat laatste schilderij kreeg door restauratie en inlijsting een nieuw leven: zo ingetogen, zo echt, zo dromerig. Bezoekers zeiden, dat ze eigenlijk het kalfje wilden aaien. Oom Freek heeft eens gezegd dat hij van koeien hield, als stoffering van het landschap. Maar in dit schilderij heeft hij zijn ware karakter getoond, als iemand die echt van dieren hield. Je kunt niet zo in de ziel van een dier kruipen als je er niet met volle liefde naar kunt kijken, waarna je elk ooghaartje, elk stukje vacht laat zien en bovenal de stemming van het dier zo weergeeft.

 Oom Freek trouwde met mijn oudtante Jans Dekker. Haar vader was een geslaagde Zaanse molenaar. Een “prakker” en gortpeller, die vooral leefde van het mengen van granen voor de kleine, gemengde boerenbedrijven op en bij de Veluwe. Als zakenman zag hij niet zoveel in schilders. In zijn gezin spraken ze van huisschilders en kladschilders. Schilderen was in zijn ogen niet een beroep om van te leven. Voorwaarde voor het huwelijk was dan ook dat de jonge Freek een fotozaak zou drijven. Dat was een project, waar ook de schoonvader in spe wel aan mee wou werken. De familie Dekker liet natuurlijk alle familiefoto’s door hem maken. Toen bleek hoeveel slagersverenigingen en andere minnaars van het rund opdrachten voor schilderijen gaven, gaf Freek zijn fotozaak op. Gelukkig, zeggen we nu.

 Oom Freek hield van de Zaanstreek, maar ook van andere landschappen, als de Veluwe en vooral de IJsselstreek. “De Zaan is diep, de Zaan is breed, wie wil de Zaan bevaren”, klinkt het Zaanse volkslied. Oom Freek moet dat geneuried hebben als hij zijn waterlandschappen schilderde en etste. Laat-Haagse School, zo kun je hem als schilder misschien goed rangschikken. Bij een groot aantal van zijn schilderijen kun je alleen maar zeggen, dat hij zijn objecten als echte kunstenaar in zich heeft opgezogen en de essentie ervan heeft weergegeven.

 Daarom houd ik van oom Freek, om de liefde die hij voor landschap en dieren had en zo duidelijk liet zien in veel van zijn doeken. Daarom houd ik van zijn stierkalfje, om de empathie die hij toonde voor stemming en ziel van het dier.

 Oom Freek, je was een erg aardig mens en bovenal een echte kunstenaar. Je stierkalfje laat zien dat je in je hart veel dichter bij andere dieren stond dan in jouw tijd uitgesproken kon worden. Mogen we nog heel lang van je scheppingen genieten.

 P.G. Dekker

Oosterbeek, 2 december 2008  


Reacties