Hondenleed
Hondenleed
Zijn vrouw Ina vond de gezelligheid toch wat magertjes. Ze had behoefte aan meer affectie. Zo werd een hond aangeschaft. John was daar tegen, want hij hield niet van honden, maar Ina bepaalde wat er gebeurde. De hond heette Max, omdat dat nu eenmaal een hondennaam is, kort en duidelijk, met beslistheid uit te spreken zonder dat dit al te bevelerig hoeft te klinken. Ina had de naam gegeven, natuurlijk. Max was een stratier, zo’n mengvorm met iets van een Duitse Herder en iets van een Labrador, vriendelijk maar met een eigen smaak. In het begin had Ina hem voortdurend geaaid. Max vond dat fijn, maar wou ook wel eens even rust. Zo had hij een plaatsje aan de voeten van John gekozen. Daar hoefde hij niet voortdurend lief te zijn. Af en toe wou hij ook wel eens aangehaald worden, maar nu hij zo vaak bij John lag kreeg hij geregeld een venijnig schopje van Ina, die de verkeerde keuze niet kon velen. Dat werd erger. Max voelde steeds vaker haar puntige schoentjes, terwijl John hem dan weer moest troosten. John, die niet van honden hield.
John had nu zijn vijfde royale glas whisky ingenomen. Weet je, zei hij: nu hebben we eindelijk een huishouding van drie en het is wèèr niet goed. Ik weet niet wat ik moet doen met dat kreng van een wijf. Max gaat er niet meer uit, basta. Maar als ze hem nu toch naar het asiel brengt, wat moet ik dan doen? Ik kan niet meer verder zonder Max. Ina schopt mij nu ook al geregeld, omdat ik aardig ben tegen Max. Eigenlijk hou ik zo vreselijk veel van mijn Ina’tje. Ik kan niet zonder haar, en ze heeft me zelf gekozen, dertig jaar geleden, omdat ik haar rust gaf en een verzorgd bestaan, zegt ze nu. Ik heb altijd van Ina gehouden, omdat ze zo’n heerlijke vrouw is, zo knap en altijd vol ideeën. Ik kan het vaak niet bijhouden. Maar er is altijd wel iets verrassends.
Weet je dat een vroegere buurman ook een hond had? Hij was weduwnaar en samen met zijn hond verdronk hij zijn verdriet. Hij met jenever en de hond met bier. Op een goede dag kreeg hij suikerziekte. De hond ook, zei hij. Nu mochten ze beiden niet meer drinken. Een half jaar later gingen ze dood. Eerst de hond, toen de baas. Nu woont er een leuk jong gezinnetje. Zo zie je maar, waar drank nog goed voor is. Maar Max drinkt niet, Ina ook niet, en ik dus ook niet, thuis. Dat mag gewoon niet. Nu is ons huwelijk kapot door die rothond, mijn lieve Max. Wat moet ik nu? Ina wou Max en Max koos voor mij en nu hebben we alledrie voortdurend ruzie. Gisteren hapte Max al even naar Ina’s been toen ze hem schopte. Zo kan het niet meer.
Na zijn achtste borrel heb ik John maar naar huis gebracht. Hij was wat aangeschoten en erg lief tegen Ina die opendeed. Nadat de deur was dichtgegaan hoorde ik een mengsel van schelden en blaffen met een licht gehuil van John die zich probeerde te verdedigen. Er werd duidelijk niet naar hem geluisterd. De hond is later naar een laboratorium gestuurd om daar nog een bijdrage te kunnen leveren aan het menselijke geluk.
Reacties
Een reactie posten