Kenniseconomie, zand erover

 

Kenniseconomie ……. zand erover

 Kenniseconomie is geen kennis van economie, noch economie van de kennis, van kennissen of van één kennis. Kenniseconomie is een nieuw woord waarmee de gebruiker ervan afficheert dat hij kennis heel belangrijk vindt en dat het hele land dat moet doen. Mensen die echt veel kennis hebben vinden het begrip vaak maar een symbool van prietpraat.

 Finland zou een kenniseconomie zijn, volgens Frans Nauta in het Financieele Dagblad van 3 januari 2003. Het is erg leuk om te wonen in een land dat bruist van de ideeën, schreef hij. Ook Nederland moet nu een kenniseconomie krijgen, een land worden met een volkshuishouding waarvan kennis een belangrijke component is. In een aparte verklaring zegt de regering, in navolging van de zogenaamde Lissabon-strategie van de E.U., dat Nederland tot de Europese voorhoede moet behoren op het terrein van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie. De provincie Zuid-Holland heeft al subsidies ingesteld voor innovatieve ideeën, en aanvraagformulieren kunnen elektronisch op uw rekentuig worden overgenomen. Zuid-Holland heeft kennelijk nog niet in de gaten dat echte ondernemers het subsidiecircuit schuwen.

Tussen twee haakjes, even iets over subsidies. Hebt u wel eens bedacht dat West-Duitsland heel wat lasten te verwerken heeft gekregen door de aansluiting van Oost-Duitsland, terwijl mogelijk al die subsidies van het Westen voor het Oosten ook de Oost-Duitse ondernemingszin de nek hebben omgedraaid? Zo kun je met één stroom hulpgelden twee volkshuishoudingen in de problemen helpen. Het krijgen van subsidies is vaak zoiets als het plotselinge vinden van bodemschatten zoals aardgas. Ook dat kan vernietigend werken voor productieve inspanningen, zoals Nederland in het verleden heeft gemerkt, toen inkomen als een vanzelfsprekend manna werd gezien waar iedereen recht op had. Er zijn dan ook landen die principieel alle ontwikkelingshulp afwijzen.

In Nederland en heel Europa heerst het gevoel dat we onze voorsprong op de ontwikkelingslanden in macht, welvaart en kennis aan het verliezen zijn. Eerst verdween de textielindustrie, daarna de scheepsbouw. Welke bedrijfstak volgt? De computers worden binnenkort allemaal in China gebouwd, dat een dezer dagen de computers fabricerende tak van IBM al overnam. Waarin zijn “wij” straks dan nog beter dan de huidige derde wereld? De panacee lijkt dan te liggen in het vergroten of tenminste bijhouden van de voorsprong in kennis. De VS en Europa hebben meer kennis per hoofd van de bevolking dan China, India en andere landen van de derde wereld. Onze mensen zijn beter opgeleid en dat zouden we zo moeten houden, is de gedachte.

Is dat werkelijk zo? Kan en moet die voorsprong echt gehandhaafd worden? Worden wij armer als en doordat andere landen rijker worden? Zijn we echt veel armer geworden door de toenemende welvaart van de VS? Armer door de opkomst van Microsoft en Nokia? Moeten we nu bang worden voor de toenemende welvaart in China en India? Zijn ineens kostenniveaus in plaats van verschillen in comparatieve kosten bepalend voor de internationale handel? Of zou dat hele idee van verdeling van een “ijzeren voorraad” aan welvaart misschien wel totale onzin zijn? Moeten we gewoon een lekkere maaltijd eten en met Voltaire (Candide) ons eigen tuintje verzorgen? De problemen van schaarste aan fossiele brandstoffen en het veranderen van klimaat en verschuiven van biologische evenwichten hebben wel met toenemende rijkdom te maken, maar worden niet automatisch opgelost door meer kennis in onze hele bevolking te pompen.

Het verkrijgen van kennis begint al direct na de geboorte en vereist dus vooral kinderarbeid. Veel kinderen doen heel wat liever lichamelijk werk dan op school te moeten leren. Leren in de meest uitgebreide en abstracte vorm is vaak vervelend en tegennatuurlijk en sluit niet aan bij onze natuurlijke instincten, dit in tegenstelling tot jagen en verzamelen, die dat wel doen. Veel leren is verschrikkelijk, behalve voor de liefhebbers. Sommige kinderen leren echter makkelijk en snel en weten met negens en tienen een eindexamen gymnasium te halen. Daarna kunnen ze dan worden uitgeloot en door de minister (Ritzen) weggehouden van de faculteit van hun keuze. Dat is de Nederlandse bevordering van kennis en wetenschap.

Kennis van logisch denken en taalgebruik is ook al niet vooruit geholpen door de veranderingen van het onderwijs, te beginnen met de Mammoetwet. (Probeer maar eens teksten uit het juridische circuit te lezen). Vervolgens werden de universitaire studies verkort, zodat het kandidaatsexamen verviel en werd vervangen door een doctoraal examen. Nu wil men in algehele  anglomanie een bachelorexamen invoeren met daarna een masterexamen. Dat is dus ongeveer het oude systeem onder een nieuw vaandel. Sommige kenners van het onderwijs bepleiten dan ook een renaissance: weg van Cals en terug naar Thorbecke met zijn voortreffelijke HBS. Logisch lijkt het om eerst het lager onderwijs en VMBO/ambachtsschool weer op niveau te brengen. Voor we zover zijn zullen we stellig eerst ook de ministers per lot aan moeten wijzen.

Nederland Kennisland, wat een prachtige kreet. Hoeveel zandkorrels van de woestijn der algehele kennis hebt u, lezer, zelf al vergaard in uw leven? De leveranciers van kennis prijzen permanente ontwikkeling aan. Gaat het u net als mij en vele andere, oudere economen? Gaat er ook bij u per jaar meer kennis af dan erbij komt? Maar wat kan het schelen. Per saldo is algemene ontwikkeling dat wat er over is als je alles bent vergeten wat je hebt geleerd. Er zijn zelfs verwaande mensen die menen al meer vergeten te zijn dan de meeste anderen ooit zullen leren. Dus:

Kenniseconomie …. zand erover.

 Oosterbeek, 22 december 2004

Reacties