Onverwachte erfenis
Een onverwachte erfenis
Een jaar geleden zijn mijn ouders gestorven. Naast hun
gewone huis in Nederland hadden ze een kasteeltje in Frankrijk gekocht, met een
echte slotgracht en een ophaalbruggetje. Wat is zo’n kasteeltje waard? Het
kostte meer geld om tenminste een minimum aan onderhoud te doen dan je ooit
zult betalen voor twee maanden een goede hotelkamer in Parijs. Maar goed, ze
waren kasteelheer en –vrouw. In het begin was het nog leuk, dat kasteel, toen
ze er werkkampen organiseerden voor de jeugd, die zo een goedkope vakantie in
Frankrijk kon genieten. De laatste jaren ging dat allang niet meer. Wij, de
kinderen hadden onze eigen besognes en konden ook niet even een vakantie gaan
metselen en schilderen. Zo ging het kasteeltje steeds verder achteruit. Nu
moest het verkocht worden, maar wie koopt een witte olifant? De gemeente wou
het ook al niet overnemen voordat we tenminste de hele inboedel hadden
verwijderd.
Wat een mens al niet kan verzamelen in een lang leven. Mijn
ouders waren in de negentig toen ze stierven en hun hele leven hadden ze dingen
meegebracht van al hun reizen. Aandenkens die leuk waren maar anderen niet zo
aanspraken, tenzij ze geld waard waren. Wat was geld waard en wat niet? Kom
daar eens achter. Ook had mijn moeder haar hele leven een intensieve
correspondentie gevoerd met familie en vrienden over de hele wereld, in
Brazilië, Argentinië, Australië, Engeland, Schotland, de Verenigde Staten,
Israël, Duitsland en Polen en weet ik al niet waar meer. Nooit was er een brief
weggegooid en er zaten brieven bij van beroemdheden als Van der Waals, Lorentz,
Frits Philips, Madame Curie, Maugham en andere internationaal bekende figuren.
Mocht je dat alles ongezien weggooien? De vraag stellen is hem beantwoorden.
Wij, de kinderen en schoonkinderen waren dan ook al meer dan tien jaar bezig
alle vakanties naar ons Franse kasteel te gaan om de spullen van mijn ouders te
sorteren en veel, oneindig veel weg te gooien. Officieel waren het vakanties,
maar de schoonkinderen, onze vrouwen, waren alles al jaren beu en drensden
voortdurend dat we alles ongezien weg moesten gooien, waardevol of niet. Wij,
de kinderen waren ook niet meer zo jong en waren boven alles moe van die
vakanties die nooit de rust gaven die we nodig hadden om bij te komen.
Gelukkig, of juist ongelukkig waren de notarissen in
Nederland en Frankrijk oneindig traag en nog lang niet toe aan een
inventarisatie en een verdeellijst. Wij moesten ons maar redden, voorlopig, met
ons drieën of ons zessen. Een goede taxatie van de waarde van de panden was
vrijwel onmogelijk, beweerden ze. De inboedel werd halfgezien op €
10.000,- gewaardeerd voor het
Nederlandse huis en op € 2.000,- voor
die van het kasteel. Definitieve cijferopstellingen moesten nog komen. Het had
immers geen haast, zeiden de notarissen en zo hoefden we ook niet direct
successierechten te betalen. Ondertussen hadden we geen contanten tot onze
beschikking. We hadden verzuimd de erfenis te aanvaarden onder voorrecht van
boedelbeschrijving en zo moesten we de vele legaten voor goede vrienden en
andere goede doelen voorlopig uit eigen zak betalen.
In de zomer van 2003 was ik weer in Frankrijk in ons
kasteel, met mijn twee broers. We hadden besloten nu eindelijk eens het
probleem van de inboedel echt stevig aan te pakken, te beginnen met de kelders.
We zouden die nu helemaal opruimen en legen. In de eerste kelder begon het al
met een eindeloze hoeveelheid meubeltjes en bestek. Nooit eerder had ik zo
zware messenleggers in handen gehad, voor driekwart gevuld met een glanzend
metaal. Ook de stoelen en tafeltjes waren loodzwaar, overal ingelegd met
metaal. Bovenal waren er zo ontzettend veel dingen, allemaal zwaar, voor
tientallen gasten bestemd. Die zouden nooit meer komen, als het aan ons lag.
Mijn broer Richard was het meest voortvarend: “weg ermee, naar de vaalt. Morgen
afvoeren naar het dorp”. Willem ging met elke gedecideerde mening mee. Ik was
er in beginsel voor om beslissingen te nemen, maar in wezen was ik behoudend.
Zomaar iets weggooien kon toch niet. Ik pleitte daarom nog voor nader onderzoek
van het metaal, dat zo functieloos in alle voorwerpen zat, maar Richard zei dat
we dan nooit klaar kwamen. Eigenlijk had hij wel gelijk, natuurlijk, en wie was
ik om mijn broers tegen te houden?
De volgende dagen kwam er ’s ochtends een vrachtwagentje van
de bakker om meubeltjes af te halen. Er kon niet zoveel in de oude, roestige 2CV-camionette en zo konden we het
afvoerproces nog wat bijhouden. De derde dag belde de bakker ons dat hij een
van die zware messenleggers aan de juwelier had getoond die had geconstateerd
dat hij met zuiver zilver gevuld was. Of we nu door wilden gaan met de
ontruiming? De spullen stonden nog op zijn erf, omdat de gemeentereiniging aan
het staken was. Morgen was de staking weer voorbij. Heel snel hebben we alle meubeltjes
en andere voorwerpen weer terug laten komen en de bakker en zijn knecht hadden
een buitengewoon goede maand.
Nu staat alles weer in de kelder, behalve de messenleggers
die wonderbaarlijkerwijze een uitweg uit de camionette hebben gevonden. Hoeveel
is zilver waard na de ineenstorting van de zilvermarkt? Wie heeft het zilver
allemaal in de meubelen gegoten of laten gieten? Heeft een aanhanger van
Poujade in het kasteel gewoond of was het de kinderloos overleden voorganger
van mijn ouders in het kasteel, de oude baron. Het gerucht van een zilvermijn
was al gauw verspreid in het dorp. ’s Avonds kwamen de dorpelingen naar hun chateau d’argent kijken, alsof er iets
nieuws te zien was. s’ Nachts moesten we
de ophaalbrug openen en Willem en de bakkersknecht liepen weken de ronde met
een jachtgeweer. Het wachten is op Christie’s veilinghuis dat de spullen op zal
komen halen met een pantserwagen.
Nog nooit zijn we zo rijk geweest en nog nooit heeft
spaargeld ons zoveel zorgen opgeleverd. De liefdadigheidsinstellingen
overstromen ons met brieven om hulp te vragen voor de arme en zieke medemens.
De fiscus overweegt om conservatoir beslag te leggen op al onze goederen, omdat
niet zeker is of we de successierechten kunnen betalen na een veel te hoge
schatting van de waarde van ons zilver. Het dorp kijkt ons wat minachtend aan
omdat we nog steeds zuinig doen. Men wil niet geloven dat we tot nu toe alleen
uitgaven hebben gehad. En de notarissen hebben alweer nieuwe rekeningen
gestuurd. De erfopvolging zit helemaal vast, zeggen ze, omdat de
eigendomssituatie onzeker is.
Erfenissen zijn mooi, maar ze moeten niet teveel onrust
geven.
Nero Zwart
Oosterbeek, 31 oktober 2005
Reacties
Een reactie posten