Reis naar 't Paradijs

Reis naar ‘t Paradijs

Gisteren kwam Henk terug van zijn reis naar ‘t Paradijs. Hij was even dood geweest, door een hartstilstand. En ja hoor, hij was in het paradijs beland, maar doordat zijn hart na korte tijd weer ging kloppen, dankzij een hartaanjager, kwam hij weer terug in het ondermaanse.

Dat is een interessante reis geworden. Maar wel een die je niet te vaak moet herhalen. Op een gegeven moment kom je echt niet meer terug. Hij had nooit in een hemel geloofd. Dat was zoiets als Luilekkerland, waar je alleen komt als je je eerst door een rijstebrijberg heen hebt gegeten. Nou heb ik helemaal geen bezwaar tegen die rijstebrij. Heerlijk, als er maar genoeg suiker en kaneel door zit. Maar je door zo’n berg heen eten heeft toch zijn bezwaren. Wat zul je er kleverig uitkomen. En dan spreken we maar niet van het instortingsgevaar. Mogelijk iets voor Engelse krijgsgevangenen, maar niet zo geschikt voor deze tijd.

Maar ik dwaal af. Het paradijs, of de hemel is iets heel reëels. Je komt erin of je komt er niet in. Moslims hebben een apart stukje voor zichzelf gereserveerd, vol met seksslavinnen. Maar die zijn alleen voor martelaren die zichzelf en anderen de lucht in hebben gebonjourd. Henk liep daar nog even langs. Er hing een bordje: Alleen voor Moslims. Daarnaast een bordje: Vol, geen toegang. Dat was allemaal in het Arabisch geschreven, maar het werd hem door een gids vertaald. Er stond een hele rij Moslims te wachten, allemaal heel erg teleurgesteld, dat ze er niet in konden. Gewoon zielig, dacht Henk.

Dan maar naar andere afdelingen. Ergens was ook een trap naar beneden, naar de hel. Even de deur open gedaan, het stonk naar meeldauw, vreselijk schimmelig, ondanks de vlammen die omhoog sloegen (zonde van al die fossiele brandstof, dacht Henk nog). Gauw weer dicht die deur. Verderop waren ook bordjes voor zalen. Alles per land, maar ook een zaal voor kosmopolieten. Je kon zelf kiezen. Alles was even gezellig. Henk dacht nog even aan die 14e - eeuwse bisschop van Lyon. Die had uitgezocht, dat er in de hemel aparte afdelingen waren voor de verschillende standen: één voor de geestelijkheid, één voor de adel en aparte voor boeren en voor gewone burgers. Niet zo gek, maar in de gauwigheid had Henk geen zalen gevonden voor verschillende standen. Van een vriend had hij gehoord dat er ook zaaltjes waren voor de zielen van honden en andere huisdieren. Ook die zaaltjes had Henk niet gevonden.

Henk had erg nagedacht over de zaal die hij in wou gaan. Een heel moeilijke keuze. Hij was met een buitenlandse vrouw getrouwd, dus de zaal voor kosmopolieten was niet zo gek, maar zijn vrienden zouden mogelijk in de Nederlandse zaal zitten. Hij werd even duizelig. Wat een probleem, dat kiezen. Gelukkig kon je nog wel eens verkassen na een jaar. Een vermoeiende onderneming, die reis naar het paradijs. Met Jules Verne kon je nog in 80 dagen de wereld rond. Later met Jan Feith in veertig dagen. Nu in één dag naar de hemel en terug. Vice-versa. De techniek staat voor niets.

Nu is Henk weer terug. Het idee van al die Moslims die hun leven hebben opgeofferd voor hun goede zaak blijft hem bij. Zo zielig, al die mensen die voor niets zijn gestorven. Pas na je dood merk je, dat jouw afdeling van het paradijs gesloten is. Verdiend of niet verdiend. Sneu, hoor.

Maar Henk leeft weer. Hij is gelukkig met het uitstel. Niet meer zo reislustig. Geen rijstebrijberg meer door hoeven. Geen reis naar ‘t Paradijs. Voorlopig nog niet. Hij houdt het voor gezien.

Nero Zwart


Reacties