Verantwoordelijkheid, bevoegdheid en verantwoording
Verantwoordelijkheid, bevoegdheid en
verantwoording
Ongeveer een jaar geleden was er een hele heisa over de
vraag welke minister verantwoordelijk kon worden gesteld voor de explosie met
brand in Enschedé. De regering wou er een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid
van maken, zo ongeveer onder het motto: gezamenlijke verantwoordelijkheid is geen
verantwoordelijkheid. De oppositie wist er één minister uit te halen
die zij bij uitstek verantwoordelijk kon stellen, i.c. de minister van
defensie. Vandaag valt een kabinet, wat laat, op de politieke
medeverantwoordelijkheid van vorige kabinetten voor de rampen rond Srebreniça.
Bij dit en dergelijke tonelen dringen zich steeds weer de vragen op, waar
verantwoordelijkheden liggen, wie voor wat verantwoordelijk is en in welke
mate. Ik heb de laatste jaren, ondanks heel wat publicaties, geen artikel of
boek gelezen waarin dit vraagstuk op een systematische en duidelijke manier in
zijn totaliteit bevredigend werd aangepakt (vgl. echter bijv. het Handvest Publieke Verantwoording van
vertegenwoordigers van zelfstandige bestuursorganen). Daarom doe ik hier een
poging tot verduidelijking.
Voor een goed begrip zijn twee dingen nodig:
-
een duidelijk scheiden van de begrippen
verantwoordelijkheid, bevoegdheid en verantwoording
- inzicht in de mate waarin de
verantwoordelijkheid voor gebeurtenissen in een organisatie (waaronder die van
de overheid) van echelon tot echelon van karakter verandert.
Betekenis van verantwoordelijkheid en verantwoording
Verantwoordelijkheid en verantwoording worden ook dezer
dagen weer zeer door elkaar gehaspeld, niet alleen in Nederland maar ook in
bijvoorbeeld Groot Brittannië en Duitsland. Van Dale registreert ongeveer het
feitelijke woordgebruik in onze taal. Voor een duidelijke afbakening van
verschillende betekenissen wil ik hier verantwoordelijkheid beperken tot het
tegenover iets of iemand verantwoordelijk zijn voor een organisatie, voor het
functioneren van iets, voor een groep mensen of voor bepaalde processen,
handelingen en/of gebeurtenissen. Die verantwoordelijkheid is niet hetzelfde
als bevoegdheid. Verantwoordelijkheid wordt op grote schaal verward met
verantwoording. Dat laatste begrip hoort wel bij verantwoordelijkheid, maar
dient toch begrepen te worden als iets anders. Verantwoording is het rekenschap
geven, rapporteren van de gang van zaken bij het onderdeel enz., waarvoor men
de verantwoordelijkheid heeft gehad, gedurende een bepaalde periode.
Een ouder is verantwoordelijk voor zijn/haar minderjarige
kind en hij heeft de bevoegdheid om de nodige maatregelen te treffen om zijn
kind in het goede spoor te houden. De overheid heeft echter bepaalde
bevoegdheden afgenomen of ingeperkt. De beslissing over het geven van onderwijs
is grotendeels afgenomen, alleen over het type onderwijs mag de ouder nog
enigszins beschikken. Ook sancties zijn deels verboden, al dan niet terecht.
Bij logeren bij familie wordt de bevoegdheid voor de opvoeding tijdelijk
overgedragen (gedelegeerd) aan het betreffende familielid, dat na afloop vaak
vertelt (verantwoordt) wat er allemaal is gebeurd tijdens het logeren. In elke
grotere organisatie worden eveneens voortdurend delen of processen door een
hoofd aan een ondergeschikte toevertrouwd. Men spreekt dan van delegatie van
verantwoordelijkheid. Als het goed is, dan worden tegelijk de nodige
bijbehorende bevoegdheden overgedragen, zoals een beschikkingsbevoegdheid over
bepaalde mensen, gelden, materialen, enz. Vele leiders willen in hun
organisatie wel verantwoordelijkheid voor bepaalde onderdelen delegeren, maar
weigeren de bijbehorende bevoegdheden over te dragen. Hun ondergeschikte kan
dan de klappen krijgen als er iets misgaat, terwijl ze zelf de touwtjes in
handen houden. Voor de organisatie en de uit te voeren processen is dat een
slecht recept. Verantwoordelijkheden zonder daarbij passende bevoegdheden,
waarbij de nodige middelen behoren,
kunnen tot rampen leiden, zoals we bijvoorbeeld bij Srebreniça hebben
geconstateerd. Verantwoordelijkheid voor bescherming van anderen zonder zelf de
beschikking te krijgen over voldoende middelen om de indringer af te slaan is een miserabele combinatie.
Verantwoording vindt plaats na verstrijken van een bepaalde
periode. Soms kan door een chef directe verantwoording geëist worden bij
gebeurtenissen, bijv. brand, die ook op een hoger niveau actie vragen. Bij het
ontwerpen van een management-informatie-systeem
is het de kunst om per type gebeurtenis de daarbij horende periodiciteit van
verantwoording te kiezen. Verantwoordelijkheid zonder verantwoording is ideaal
voor dictatoren. Verantwoording betekent impliciet terugkoppeling van
informatie over de beoordeling door anderen over het gevoerde beleid en beheer
op een lager niveau. Afschaffen van verantwoording leidt tot een op hol slaan
van de uitvoerder en vaak tot een extra rigoureuze verantwoording en afrekening
op een later tijdstip, zoals de Roemeense leider Ceausescu moest ervaren.
Het verschuivende karakter van verantwoordelijkheid
Door de delegatie van verantwoordelijkheden schuift een
hoofd van een organisatie verantwoordelijkheden naar ondergeschikte subhoofden.
Die laatsten hebben daardoor hun eigen verantwoordelijkheid. Toch blijft ook
het hoofd verantwoordelijk voor wat er gebeurt. Dat is in dit geval geen
gedeelde, maar een verschillende verantwoordelijkheid. Het subhoofd is
duidelijk verantwoordelijk voor de gang van zaken bij zijn eigen eenheid. Het
hoofd is echter verantwoordelijk voor de manier waarop hij verantwoordelijkheid
heeft doorgeschoven, voor de mate waarin hij bijbehorende bevoegdheden heeft overgedragen,
voor de periodiciteit en de aard van de verantwoording die hij heeft
opgedragen, voor de controlemechanismen die in de organisatie zijn ingebouwd,
evenals voor zijn eigen taktiek en strategie om te bewerkstelligen dat de
totale organisatie haar doeleinden bereikt.
Zo is een generaal niet meer persoonlijk verantwoordelijk te
stellen voor elke misstap die zijn soldaten individueel begaan, maar wel voor
de mate waarin zijn legereenheid als totaal misdrijven begaat, voor zijn
instructies dienaangaande aan zijn officieren en voor de mate waarin hij
meewerkt aan preventie, repressie en berechting van misdrijven. Het uitmoorden
van een dorpje in Vietnam (de My Lai massamoord van 16 maart 1968) of in
Indonesië kan dus niet aan de “verantwoordelijke” generaal worden
toegeschreven, voor zover het een incident is. Wel kan de minister, evenals het parlement en de samenleving van
de generaal eisen dat de direct verantwoordelijken opgespoord worden en voor de
militaire rechter komen.
Het net genoemde vermoorden door Amerikaanse soldaten van
500 mensen in My Lai, zowel als het berechten daarvan is goed gedocumenteerd.
Daarbij is terecht ook veel aandacht gegeven aan de bevelsketen ten opzichte
van de zich misdragende C-Compagnie onder leiding van kapitein Medina.
Een ander aardig voorbeeld is dat van de verantwoordelijkheid
van een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder, zoals kardinaal Law van Boston -
maar er zijn er meer, bijvoorbeeld in Ierland en Groot Brittannië - voor pedofiele handelingen van ondergeschikte
priesters (zie NRC-Hbl. vr. 12 april 2002).
Eén enkele handeling van dit type, hoe treurigstemmend ook, is niet de
verantwoordelijkheid van de hoogwaardigheidsbekleder. Een voortdurend misbruik
uiteraard bij uitstek, en zeker als dit vrijwel met voorkennis gebeurt van de
kardinaal die de schuldige priester steeds weer op nieuwe parochies loslaat.
Alleen publiciteit blijkt te helpen. Dat is een algemeen geldige waarheid,
aangezien alle autoriteiten overal ter wereld de neiging hebben om de
miserabele feiten te verdoezelen. Voor een autoriteit zijn bepaalde feiten
miserabel als ze bij bekendheid het morele gezag van de kerk, de partij of de staat zouden dreigen aan te tasten. Zo
beschermt autoriteit autoriteit (met name in Ierland kort geleden zeer duidelijk
geworden bij voortdurende kindermishandeling onder de aegis van de R.K.- kerk,
in samenspanning met de staat).
Uit het voorgaande moge duidelijk geworden zijn dat de
verantwoordelijkheid door delegatie niet verdwijnt, maar wel verandert. De
directeur, minister, secretaris-generaal of ander opperhoofd blijft een soort
verantwoordelijkheid houden voor de handelingen van zijn ondergeschikten en
voor gebeurtenissen rondom de gedelegeerde eenheid en/of activiteit. De aard
van de verantwoordelijkheid verschuift echter naarmate men hoger in een
organisatie komt. De verantwoordelijkheid voor één detail wordt steeds
geringer, die voor de totale gang van zaken, voor de structuur van de
organisatie en de gehanteerde processen evenals voor het bereiken van de algemene
doelstellingen steeds zwaarder. De verantwoordelijkheid van de top voor één
gebeurtenis is vrijwel nihil, die voor de repressie en voor de preventie van
herhalingen op abnormale schaal volledig.
Ook in de tijd en door opvolging kan verantwoordelijkheid
verschuiven. Een regering kan de staat binden, een volgende regering is als
staatsorgaan dan wel verantwoordelijk voor nakoming van verbintenissen, maar
leden van de regering kunnen moeilijk persoonlijk verantwoordelijk gesteld
worden voor verkeerde handelingen van een vorige regering. Een uitzondering
hierop is het geval waarin zij zichzelf door hun plaats in die vorige
regering hebben gediskwalificeerd voor
een bepaalde ministeriéle functie. Het oordeel van een parlementaire
meerderheid hoeft niet voor iedereen bepalend te zijn voor zijn oordeel over de
mate van diskwalificatie.
De verantwoording geschiedt op elk niveau aan de eerst
hogere baas. De top van een organisatie is verantwoordelijk voor het totale
interne verantwoordingssysteem en voor zijn externe verantwoording aan
bijvoorbeeld de Tweede Kamer of de algemene vergadering van aandeelhouders.
Over de verantwoording van de heer Law zullen we er het zwijgen toe doen.
Verantwoordelijkheid, verantwoording en controle
Iedere vorm van verantwoordelijkheid hoort een soort
verantwoording met zich te brengen over het gevoerde beleid of gedrag. Dat kan
zijn tegenover de familie of tegenover andere belanghebbenden. Een van de
problemen bij de beoordeling van de verantwoording is het bepalen van de betekenis
daarvan. Zo heeft een minister vaak geen zicht op de volledigheid en relevantie
van de rapportages van zijn secretaris-generaal. In de complexiteit en veelheid
van gebeurtenissen is het contact van de minister met de details van de
uitvoering immers onvermijdelijkerwijze
gering. De volksvertegenwoordiging heeft een nog grotere afstand tot diezelfde
details en richt zich vaak met haar kritiek op irrelevante details die kiezers
aanspreken, en blijft veelal achter de feiten aanlopen waar het de grote lijnen
van het beleid betreft. Wat zijn echter die grote lijnen? Soms is juist kennis
van heel veel details nodig om een grote lijn te ontdekken.
Kengetallen, ook wel indicatoren genoemd, kunnen een
belangrijke rol spelen voor het kritisch volgen van het beleid op een lager
niveau in de organisatie. De waarde van kengetallen dient vergeleken te worden
met gemiddelde waarden, met als norm gestelde waarden, of met die van een
voorbeeld. Voorbeeld kunnen zijn kengetallen die aangeven hoeveel misdrijven
er in één jaar gepleegd worden en hoeveel daarvan worden opgelost, berecht en
tot gevangenisstraf leiden (in Nederland is dit laatste ongeveer 4%, voor de
deelgroep der ernstigste misdrijven ligt de waarde gelukkig wat hoger).
Aangezien het kengetal betreffende het totale aantal misdrijven voor een deel
wordt bepaald door de politie, bestaat het gevaar dat bepaalde misdrijven niet
meer worden opgenomen om de hoogte van het misdrijven-per-jaar-kengetal te
verlagen. Mee daardoor worden vele misdrijven zelfs niet meer geregistreerd en
veelal ook niet meer aangegeven In ons land is dit bijvoorbeeld het geval met
fietsendiefstal. Bij een nieuwe visie op problemen en waarden kunnen nieuwe
kengetallen worden ingevoerd. Het CBS verandert dan ook geregeld de onderwerpen
van zijn statistieken.
Nieuwe kengetallen kunnen ook tot politiek wakker schudden
leiden. Zo zouden kengetallen betreffende de aanrijtijden van politie bij
misdrijven een sterke pressie op ministeries en politie betekenen om de
reacties op meldingen te versnellen. Wil je rust houden in de
politie-organisatie dan moet je gebruik van zulke kengetallen tegenhouden, wil
je misdrijven aanpakken en voorkómen dan kunnen ze een goede dienst bewijzen.
Verantwoordelijkheid en verantwoording hebben dus veel te
maken met de keerzijde van de verantwoording, de controle (in de Nederlandse
betekenis en niet in de Engelse betekenis van beheersing). Ook controle is
nodig op elk niveau van een organisatie. Een voortdurende directe visuele
controle van processen tast de noodzakelijke bevoegdheden van lagere bazen aan.
Steekproefsgewijze controle van resultaten, financiële en visuele controle zijn
belangrijk. Daarnaast is controle mogelijk door middel van klantenonderzoek, en
door bespreking van resultaten met collega’s (peer-review, belangrijk voor ziekenhuizen). Financiële controle is
een machtig middel omdat er zoveel aspecten van beleid in aan de orde komen. Zo
kunnen zowel onderbesteding als
overbesteding een reden zijn tot
diepergaand onderzoek, kritiek en gedragsaanpassing. Wordt voor de controle van
accountants gebruik gemaakt dan moeten deze
wel door het controlerende orgaan worden betaald en niet door de
verantwoording verschuldigde chef. Anders krijg je problemen als met ENRON, de
Amerikaanse energiehandelaar, waarvan de knoeiende directie zijn eigen
accountant de mond kon snoeren. Accountants hebben volgens hun beroepsregels de
taak om alle potentieel belanghebbende groepen te beschermen tegen onjuiste
informatie. Van die algemene bescherming moet men zich echter niet te veel
voorstellen, aangezien de directies meestal de opdrachtgever en feitelijke
betaler zijn.
Maar toch, zonder controle vervluchtigt de verantwoording.
Zonder verantwoording verwordt verantwoordelijkheid tot dictatuur. Bevoegdheden
zijn nodig om verantwoordelijkheid op een correcte wijze met de nodige middelen
gestalte te geven.
Reacties
Een reactie posten