Sabotage door schaatsers
Sabotage door schaatsers
Het was de koude winter van 1944 op 1945. De velden
tussen Groningen en het Zuidlaarder Meer waren helemaal met ijs bedekt. Een prachtige
ruimte om te schaatsen.
Wanneer zouden de bevrijders eindelijk komen? Het was
koud en we hadden nauwelijks genoeg hout om ons noodkacheltje te stoken. Daar
moest het eten mee gekookt worden. Bomen waren er niet meer. Die hadden we al
gekapt.
Met een paar vrienden schaatsten we naar het zuiden,
richting Zuidlaren. De Duitsers hadden op een aantal plaatsen tankgrachten
laten graven. Dat was het werk van de OT, de Organisation Todt. Met die diepe
sloten moesten tanks worden tegengehouden. Tegen de infanterie die de tanks
moest begeleiden waren paaltjes in de grond geslagen langs de tankgrachten.
Daar moest nog prikkeldraad langs gespannen worden.
De paaltjes stonden daar in het ijs. Nergens was er
maar enige bewaking. Op geen kilometers mensen te bekennen. Mooie OT-paaltjes,
dachten wij. Touw hadden we meegenomen. Met een beetje wrikken waren de paaltjes
makkelijk uit het ijs en de grond te halen. Met ons drieën reden we naar huis
terug. Elk met een bundel hout achter zich aan. Prachtig, die OT-paaltjes,
alleen nog even in mootjes zagen. Goed voor de kachel. Waar vond je nog zo mooi
brandhout? Tegelijk goed als sabotage.
Winters plezier: schaatsend brandhout halen en
tegelijk saboteren.
Reacties
Een reactie posten