Het nieuwe Rijksmuseum
Het nieuwe Rijksmuseum
Gisteren bracht ik een bezoek aan het Nieuwe Rijksmuseum, in Wijster. Ik zou daar een reportage over maken voor NRC-Handelsblad. Er heerste een penetrante stank van afval.
Bijzonder interessant, want totaal onverwachts de vorm
en plaats van dit museum.
Allereerst het gebouw. Volledig rechthoekig en zonder enige versiering, vijftig meter stijl omhoog rijzend. Het deed mij denken aan een transformatorhuisje. Maar dan slanker en groter natuurlijk. De architect, de heer Van der Togt was een bijzonder imponerende man met een wilskrachtige kaak en een stevige neus. Bij elke zin zwaaide hij hoog op met zijn armen kracht bijzettend aan zijn stellige uitspraken. Iemand die wist wat hij wou. Een soort apostel van een nieuwe stroming. Hij zei dat hij bewust had gekozen voor een minimalistisch ontwerp. “Dat is de nieuwe stijl, soberder dan sober, net zoals de overheden tegenwoordig proberen te worden. Alle franje wegsnijden. Schoonheid bestaat niet meer, dat is hobbyisme. Pannendaken zijn uit de tijd. Zolders zijn niet meer nodig. Opruimen die oude rommel. We zijn toe aan kaalslag en vergeten van geschiedenis. Bij de woonhuizen hebben we dat al gezien, nu moeten de gemeenschapsgebouwen volgen”.
Dan de plaats. Ook die was bewust gekozen. Wijster, Drenthe. In een kuil aan de voet van de onwelriekende afvalberg, waar stadsafval ligt te rotten en gas produceert. “Dit is een museum van hergebruik, recyclage”, verklaarde de architect. “Dat hergebruik zie je en ruik je door de plaats van het museum. De omgeving is het belangrijkste deel van dit gebouw. De mens staat daar midden in. Stank bestaat niet meer. Alles moet in dienst staan van het milieu. Het milieu, hoort stank daar ook bij? Ja, juist. Dat is het prachtige van deze tijd. We vergeten de stank gewoon. Stank is alleen maar een psychisch probleem. Stank hoort bij hergebruik. Afval bestaat niet meer. Alles is grondstof. Ook de vestigingsplaats van dit museum is minimalistisch gekozen, in de afvalput van de steden, hier in Wijster, onder de afvalberg. Tussen twee haakjes, u weet dat dit de hoogste berg van de drie Noordelijke provincies is en dat we plannen hebben voor het inrichten van een driehonderddertig meter hoge berg, hoger dan die van Vaals. De Gasberg gaat die heten. Alles duurzaam, volstrekt duurzaam”.
Nu waren we aan de verzameling toe. We werden rondgeleid door Alida Drenth, de conservatrice, een bijzonder aardige jonge vrouw. Eerst moesten we met een loopbrug naar een gelijkvloers gelegen ingang toe. Daarna met een zeer steile trap met smalle treden van elk ca. 10 cm. breed naar beneden. Gelukkig waren er leuningen, want het was een halsbrekende afdaling. “Deze afdaling langs de trap is nodig”, zei Alida, “om de diepte van de kuil persoonlijk te ervaren en daarmee het avontuur te ondergaan van de ontdekking van onze minimalistische wereld. Ons museum is bedoeld om de moderne mens te laten zien aan de hand van extremen. Daarmee wordt de werkelijkheid blootgelegd van de mens in het NU. Er is een lift, maar die gebruiken we alleen voor het transport van de werkstukken en voor zwaar invalide mensen. In de kelder, dertig meter diep is de verzameling van tienduizend kindertekeningen”.
We liepen door de rechthoekige zaal en bekeken de tekeningen, allemaal getekende zelfportretten vier- tot tienjarigen uit het hele land. “Zeer interessant, vooral voor pedagogen en kinderpsychologen”, dachten we. “Indrukwekkend”, zeiden we, “en volstrekt nieuw, zoals de moderne mens”! Daarna mochten we toch, als uitgenodigde bezoeker, met de lift naar de hoogste verdieping, dertig meter boven het verderop gelegen maaiveld.
“Hier ziet u de getekende zelfportretten van negentig- tot honderdtienjarigen. Voorlopig zijn er nog maar tweeduizend, maar de verzameling wordt geleidelijk ook aangevuld tot tienduizend”, zei Alida. “In de tussenverdiepingen komen zelfportretten van psychiatrische patiënten en mensen in tehuizen voor demente bejaarden. Alles over de mens in zijn extreme vormen”. Ik vroeg of zelfportretten van Vincent van Gogh hier ook bij konden komen. “Daar noemt u een mooi geval. Van Gogh was eigenlijk een tussengeval. Bovendien is hij nu overleden, dus hoort hij niet meer bij de moderne mens. Daarmee hebben we het probleem geëlimineerd.
Het museum was bedoeld als een post-modern museum. Maar wij zijn verder in de tijd gegaan. We houden nu rekening met een periode waarin er geen werk meer hoeft te worden gedaan door mensen. Dit is eigenlijk een post-futuur museum. De musea veroveren de wereld. Zelfs de nationale televisie wordt binnenkort museaal, om aan te vullen wat de commerciële zenders laten liggen. Alles kijkt terug, maar wij willen vooruit kijken. Daar is behoefte aan. Daar heb ik ook zelf voor gekozen. Het gaat er niet om steeds maar het verleden op te rakelen. We moeten de toekomst veroveren. Daarvoor moeten we de mens herontdekken. Dat is onze missie”.
Wat een gedreven jonge vrouw en wat een welsprekendheid, dacht ik. De heer Pijbes van het oude Rijksmuseum zou daar nog veel van kunnen opsteken, lijkt me. Een amateuristische portrettengalerij als basis voor een post-future ontwikkeling. Iets om over na te denken.
Thuisgekomen voelde ik nog steeds de stank van Wijster aan me kleven. Mogelijk was dat psychisch veroorzaakt. Ik heb een uur onder de douche gestaan om de stank weg te spoelen. Maar toch: de toekomst ligt in het Rijksmuseum bij de Gasberg in Wijster.
Nero Zwart, 4 mei 2016
Reacties
Een reactie posten