Van Mierlo en de Trias Politica
Van Mierlo en de Trias Politica
het georganiseerde wantrouwen
We laten nu even de vraag in het midden of het parlement in feite niet allang wist wat er gebeurd was. Het was immers al heel lang een vaste gewoonte om de VS gewoon te volgen in de internationale politiek, net als het al zo lang de gewoonte is om af en toe te voldoen aan de schatplicht tegenover diezelfde VS, bijvoorbeeld door een paar miljard mee te betalen voor de ontwikkeling van een nieuw gevechtsvliegtuig. Misschien krijgen we daar wel geen andere gunsten voor in de plaats, maar ten minste wel een paar aardige functies voor al dan niet afgedankte politici in het internationale circuit. Dat mag natuurlijk niet gezegd worden en is dus geen officiële waarheid. Oud-minister Stemerdink stelde min of meer terecht dat we hier in Nederland ook eens moeten leren aan internationale politiek te doen. Dat betekent meedraaien met het circus en een aantal zaken niet uit de doeken doen. Hypocrisie hoort nu eenmaal bij de politiek.
Van Mierlo had natuurlijk gelijk dat de scheiding der machten een belangrijk onderdeel van onze democratie is, al staat die scheiding wel op zeer gespannen voet met de eis van een regering die op een parlementaire meerderheid steunt, een wel zeer monistische eis. Die eis maakt het wegstemmen van een regeringsbesluit erg moeilijk. (Men spreekt dan van een stabiele regering.) Waarom moeten we toch blijven uitgaan van de scheiding der machten? Waarom moet de wetgevende en controlerende macht van het parlement niet vervlochten zijn met de uitvoerende macht van de regering, noch met de rechtsprekende macht van het rechterlijke apparaat?
In feite gaat het om handhaving van een institutioneel wantrouwen. Enerzijds moeten parlementaire organen een zeker vertrouwen hebben in uitvoerende organen, anders zouden die bij wijze van spreken nooit een fietspad kunnen aanleggen. Daarnaast is er een vanzelfsprekend wantrouwen nodig tegenover diezelfde uitvoerende organen, anders gaan ze er met de kas vandoor, of erger. Het oudste recht van de parlementen (zoals de Provinciale Staten) is dan ook het begrotingsrecht: het parlement voteert gelden voor de uitvoerende macht, bijvoorbeeld voor het voeren van oorlog. Maar hoe weet het parlement (of de gemeenteraad of de vergadering van aandeelhouders) waar zijn wantrouwen speciaal op gericht moet worden? Rekenkamers kunnen daarbij helpen, evenals het gezonde boerenverstand. In onze maatschappij is de vrije pers een van de belangrijkste instrumenten, als deel van de publieke opinie, en gevoed door klokkenluiders.
Een merkwaardige gedachte, dat een samenleving zo in elkaar moet zitten, steunend op een precair evenwicht tussen vertrouwen en wantrouwen (Engelstaligen spreken van de noodzaak van checks and balances). Omgekeerd heeft de uitvoerende macht niet alleen de plicht om zich te verantwoorden, maar ook het recht om gecontroleerd te worden. Alleen na een behoorlijke controle kan de uitvoerder zich beroepen op die controle en zich gedechargeerd weten. Accountants behoren een goede rol te spelen bij vele van die controles, maar spannen wel eens samen met de opdrachtgevende uitvoerende machten.
Het idee dat je machten moet scheiden is een belangrijk uitgangspunt voor een fatsoenlijke maatschappij. Er zijn echter meer dan drie instituties. Evenwicht is nodig tussen vertrouwen en gezond wantrouwen. Geen enkele macht waarmee mensen worden bekleed staat boven dat wantrouwen, want wie bevoegdheden heeft gekregen overschrijdt ze. De mens is slecht, zag Montesquieu al. De wil is sterk, maar het vlees is zwak.
Paul G. Dekker
Oosterbeek, 11 juni 2010
Reacties
Een reactie posten