Milieu, vijftien manieren om het te bekijken

 

Vijftien manieren om ons milieu te bekijken

Het milieu waarin wij zitten is een dynamische grootheid. Het verandert voortdurend, met of zonder ons toedoen. Het is niet iets met een herinnering, een optimum, een maximum of een minimum. Het kan niet sterven of opleven. Alle beschouwingen over het milieu die we lezen of horen zijn in wezen antropocentrisch, of op zijn minst op de ons bekende levensvormen georiënteerd en sub specie aeternitatis volstrekt irrelevant. Dat geldt overigens uiteraard ook voor al onze humane activiteiten.

We kreunen over het verdwijnen van het tropische regenwoud, na de West-Europese bossen te hebben gekapt. Toeneming van het aantal van bepaalde insecten, bacteriën en grassen wordt negatief beoordeeld, verzuring van eigen bossen wordt als een ramp gezien, ook al komen daar andere levensvormen voor in de plaats. En waarom zou levende materie beter zijn dan dode? De maat is menselijk.

Ook voor onze diersoort, de homo sapiens, zijn er verschillende manieren om het milieu te bekijken. Laat ik een paar noemen:

1.      Het milieu zal me een zorg zijn.

2.      Het zal wel loslopen met het milieu.

3.      Het milieu is iets om geld aan te verdienen.

4.      Het milieu is ondergeschikt aan (of juist belangrijker dan) de werkgelegenheid.

5.      Het milieu moet aan onze behoeften worden aangepast.

6.      We moeten het milieu beschermen, maar de industrie en onze automobiliteit mogen er niet onder lijden.

7.      Het milieu gaat voor alles.

8.      Wij mogen geen gevaar lopen door milieuveranderingen.

9.      Milieubehoud is goed voor de werkgelegenheid.

10.  Wij hebben geld over voor het behoud van ons milieu.

11.  Wij willen anderen, en met name bedrijven, belasting laten betalen voor het behoud van het milieu.

12.  We willen zelf geld betalen voor behoud van het huidige milieu.

13.  Wij willen wel 3% van ons inkomen betalen voor behoud van het huidige milieu.

14.  Wij willen wel 10% van ons inkomen opofferen voor het milieu van nu.

15.  Het milieu is ons alles waard. 

Het zijn maar een paar punten in een multidimensionaal geheel van houdingen. Merkwaardig genoeg kunnen sommige houdingen, zoals : “Het milieu is goed om geld aan te verdienen” en “Milieubehoud is goed voor de werkgelegenheid” gunstig zijn voor milieubehoud, omdat ze positieve acties daarvoor kunnen bevorderen. Andere houdingen zijn lauw of nietszeggend, zoals: “Het milieu gaat voor”. En tenslotte belanden we in de ongeloofwaardigheid als we stellen dat het milieu ons alles waard is. (Ook het leven van onze kinderen?)

Laten we de hypocrisie en de loze uitspraken varen. Wij mensen vinden dat het milieu er voor ons is. We beseffen zo’n beetje dat een te sterke verandering van onze omgeving wel eens een ramp zou kunnen betekenen voor onze eigen soort en bovenal voor onszelf of onze kinderen. Walvisjacht vinden we prima, al is het de ergst denkbare vorm van mishandeling van gevoelige zoogdieren, tot de soort dreigt uit te sterven en het heilige evenwicht in de natuur verstoord zou kunnen worden. Chimpansees schieten is uitstekend, tot het met een machinegeweer gebeurt en het “bestand” zich wel eens niet meer zou kunnen herstellen. Ook bij mensen lijken we wel zo te reageren. Zo maar de helft of een derde van de bevolking te vermoorden, zoals Pol Pot en zijn trawanten in Cambodja deden, lijkt wel minder erg gevonden te worden dan de “genocide” in Europa. Pol Pots regime werd in elk geval nog steeds erkend door de Verenigde Naties en de inval van Vietnam werd ten zeerste veroordeeld door die club. Vluchtelingen uit Sri Lanka en Vietnam werden gauw teruggestuurd onder het motto dat het “economische vluchtelingen” zouden zijn, ook al liepen ze in eigen land het gevaar dood te worden geschoten of hun laatste vorm van bewegingsvrijheid te verliezen. Alleen in eigen land en op het hoekje van de eigen straat zijn dood en ongelukken echt erg. Een vliegtuigongeluk in Griekenland kreeg eens het tv-commentaar dat er gelukkig  geen Nederlanders bij de verongelukten waren.

Ook zonder hypocrisie is de vraag wat we voor ons milieu moeten doen niet zo makkelijk te beantwoorden. Minder fossiele brandstoffen gebruiken vanwege hun gevaarlijke CO2 uitstoot? Ja, duidelijk, want de gevolgen van CO2 toeneming in de atmosfeer kunnen wel minder erg zijn dan we nu voorspellen, maar we weten het niet. En zolang we het niet weten moeten we levensbedreigende risico’s vermijden. Kernenergie, nee, want nog een Chernobyl moeten we niet hebben. Een nieuw ongeluk zou wel eens veel ernstiger kunnen aflopen. De geruststellende uitspraken van kernfysici zijn gekleurd door eigenbelang en interesse. Genetische manipulatie met dieren, planten en bacteriën? Interessant, in sommige gevallen met geweldig positieve resultaten, maar wel potentieel levensgevaarlijk voor onze soort en andere bestaande levensvormen. Landbouwvergif rondstrooien? Niet als het accumuleert, acceptabel als het snel wordt afgebroken. Bacteriën en virussen uit laboratoria kunnen onze hele soort vernietigen, maar we weten niet helemaal waar we controles moeten inbouwen. Nieuwe medicijnen kunnen ons allen onvruchtbaar maken of verminkt geboren doen worden. Maar we weten niet welk gevaar het eerst werkelijkheid zal zijn.

Het Nederlandse Nationale Milieuplan heeft een aantal mogelijk of waarschijnlijk slechte ontwikkelingen op een rij gezet en een aantal mogelijke acties genoemd. Sommige milieugevaren, zoals die van nieuwe micro-organismen, van vergiften en radioactieve stralen worden er niet in genoemd. Aan een kwantificering van de noodzakelijke offers komt het plan nauwelijks toe. De eerste benadering van de jaarlijkse kosten is fl. 6,6 miljard. Mogelijk is fl. 20 miljard nodig, wat ongeveer gelijkstaat met 5% van ons nationale inkomen. Niemand weet nog precies waar klappen of extra-inkomens terecht zullen komen. Een ding is zeker. De belastingbetaler/consument zal uiteindelijk moeten betalen. In welke vorm dan ook: duurdere electriciteit en benzine - tot we, zeg maar, een kwart gebruiken van wat we nu doen -  meer belasting, minder vrij besteedbaar inkomen.

Maar wat helpt onze Europese en Amerikaanse inspanning als Japan, de Sowjet Unie en de ontwikkelingslanden niet meedoen? Maakt bijvoorbeeld Japan zich wel zo’n zorgen over het milieu? Of denken ze daar dat hun afval rustig in zee gegooid kan worden omdat het wel wegstroomt? En wat te denken van het milieubewuste denken van de Sowjet-Unie? Zouden ze daar niet het gevoel hebben wel iets anders aan hun hoofd te hebben? Wij kunnen alvast beginnen. Dat helpt in elk geval, ook al kan het ons wel eens 5% van ons inkomen kosten: zeg twee jaren inkomensgroei.

De gemeenschap zal regels moeten stellen om de individuen en hun organisaties in het gareel te laten lopen. Prikkels, geboden en verboden, gemeenschapsuitgaven en daarbij behorende belastingen. Wij allen zullen daarvoor moeten betalen. Een groot probleem zal het zijn om andere landen ertoe te brengen mee te doen 

En zal de mensheid overleven? Nee, waarschijnlijk niet. Het einde van onze soort is makkelijk te voorspellen. Het zal echter op een ander moment en waarschijnlijk door andere oorzaken komen dan u en ik zien aankomen. Dat inzicht is geen reden om niks te doen. Bedenk wel dat elke ziektebestrijding slechts uitstel is van de dood. Mogelijk kunnen we onze soort met moed, beleid en gezond verstand nog een paar maal 100.000 jaar laten voortleven.

Paul  G. Dekker

Oosterbeek, 1989 

P.S.

En wat te denken van de wegroestende onderzeeërs met kernreactor in de Poolzee. Wat van de opgeslagen kernafval in lekkende zoutmijnen?

Reacties