Vaarwel

 

Vaarwel

U allen, die achterblijven, roep ik dit toe:

Vaarwel, en tot ziens in een volgend leven!

Een verstandig man blijft niet op straat, wanneer het regent,

Maar zoekt een huis op om te schuilen.

Zo ook in het leven:

Laat u niet langer wijsmaken door Uzelf dat u gelukkig bent---

Niets wreekt zich meer, op den duur, dan zelfbedrog.

Stap eruit nu Gij nog niet te versuft daarvoor zijt,

Opdat Ge als herboren in schoner gedaante

In een schoner leven Uw reïncarnatie zult kunnen beleven,

En niet als een bloem die voortkomt uit de vrucht van een plant

Die al te lang aan de ongunstige invloed van ’t weer en de wind heeft blootgestaan.

 

Slechts de domme mier laat met zich spelen

Door de mierenleeuw die zandkorrels over hem uitstrooit

Tot hij totaal uitgeput van vermoeienis beneden aankomt

Na vele uren vergeefs te hebben gezwoegd toch zijn einde vindend.

 

Maar een verstandig mens kiest de beste weg

En maakt de nood een deugd door vol levensvreugde

De helling af te hòllen die naar zijn einde voert.

Want hij leeft en sterft in de Wetenschap

Dat niets vergaat en alles blijft.

Na de val van de dood zal gelukzalige slaap hem verfrissen

Zonder dat nooddruft deze behoeft te beperken

En zo er dan voor zijn schim nog geen ligplaats

Vrij moge zijn in de Onderwereld

Waarvandaan hij de veelkleurige wisselende taferelen zal kunnen aanschouwen

 

Dan zal een staanplaats hem toch tenminste beschoren zijn.

En een schim kent niet de vermoeidheid der leden.

Ja waarlijk, een verstandig man

Gaat de velden der uitverkorenen tegemoet

Liever dan hier te blijven -- --

 

                                                                                   Vaarwel

 

Gr.52

Reacties