Woningbouw en een warmere toekomst
Woningbouw
en een warmere toekomst
Een snelle inhaalslag in de voorziening van woningen
lijkt onmogelijk. Toch hebben we op TV gezien hoe in het VK in één dag een
flink huis kon worden geplaatst, dankzij voorwerk in Duitsland.
Door het vrijstellen van recreatiewoningen
voor permanente bewoning zouden er naar een voorzichtige schatting makkelijk 10.000
woningen extra in gebruik kunnen worden genomen.
Gemeenten vinden vaak hun eigen bestemmingsplan belangrijker dan meer woongenot. Daar komt bij dat ze bang zijn dat een ruimere bestemming van recreatiewoningen hun quotum voor nieuwbouw gaat aantasten. De nationale wetgever kan de overgang natuurlijk makkelijk stimuleren, maar doet dat niet met enige spoed.
De toekomst ziet er niet zo vrolijk uit voor woningzoekenden. Meer aanbod zou de prijzen en huren kunnen verlagen, maar gemeenten hebben moeite om genoeg bouwgrond vrij te maken. De politieke wil is meestal afwezig.
Overigens zou er wat meer naar onze toekomst gekeken moeten worden in verband met de te verwachten verdere opwarming van de atmosfeer en dus van de zee. Een verhoging van de gemiddelde zeewaterspiegel met een paar meter kan de afwatering van de rivieren ernstig bemoeilijken. We moeten er rekening mee houden dat het lage deel van ons land onder water kan komen en dat de economische activiteiten en de bewoning naar hogere gronden verplaatst moeten worden. Twente kan het nieuwe middelpunt van ons land worden.
Dat duurt allemaal nog wel enige decennia. Het zou verstandig zijn om het zwaartepunt van de bebouwing nu al te verplaatsen naar het Oosten. De plannen ven de heer R. Waterman zouden mogelijk enig soelaas kunnen bieden, maar aanpassen aan een ander klimaat moet tijdig beginnen. Regeren is vooruit zien. Eerst extra bouwen in het midden en Oosten van ons land. Daarna pas in het lage Westen. Een eventueel overschot in andere delen van het land levert ook ruimte op in het Westen door verhuizingen.
Eén miljoen woningen in 10 jaar is onvoldoende. Mik eens op 150.000 woningen per jaar vanaf 2022. Dan doe je echt wat aan de tekorten. Gebruik daarbij ook kant en klare woningen uit bijvoorbeeld Finland. Kleine huisjes kunnen tijdelijk wat helpen, maar zijn geen mooie blijvende oplossing voor het grootste deel van de bevolking. De voorraad moet voldoende zijn voor een leegstand van tenminste 2% van het woningbestand. Dan wordt het wonen vanzelf weer betaalbaarder.
Regelzucht bij overheden belemmert de nodige expansie van de bouw en van het gebruik van woningen. Dit is ook al gebleken bij de overdreven angst voor een beetje extra uitstoot van stikstofverbindingen door de bouw. Daar moet je als land toch ogenblikkelijk iets op kunnen vinden. Het blijkt moeilijk om de nodige regie te combineren met marktwerking waar mogelijk. In de jaren zeventig, bij een landelijk onderzoek naar de woningnood in een groot aantal gemeenten, bleken de steden Groningen en Nijmegen er het slechtst aan toe. Kan het plaatselijke politieke klimaat daar een rol bij hebben gespeeld?
Een te laag aanbod van woningen is er al sinds 1945. We hopen op een regering die in staat is om het probleem werkelijk stevig aan te pakken. Denkbaar is dat die dan ook nog rekening zal houden met te verwachten landverlies door de opwarming van de zee.
Oosterbeek, maart 2021
P.S.!
Na het schrijven van dit stuk werd mij gewezen op een voortreffelijk artikel van de heer Ed Groot in FD. Noch hij, noch ik wijst er expliciet op dat de politiek bepaald wordt door mensen die al een huis hebben…
P.D.
Reacties
Een reactie posten