Paradigmata en algoritmen

 

Paradigmata en algoritmen

Paradigmata worden door Wikipedia beschreven als “stelsels van wetenschappelijke modellen en theorieën”. Algoritmen hebben veel gemeen met paradigmata. Je kunt ze niet missen, maar op een gegeven moment moet je ze vervangen door nieuwe.

Lang heeft de wetenschappelijke wereld de ideeën van Aristoteles als vast paradigma voor ogen gehad. Heel wetenschappelijk werden waarnemingen die niet overeenkwamen met dat uitgangspunt onbetrouwbaar geacht. Tegenwoordig wantrouwt de wetenschappelijke wereld nog steeds waarnemingen die niet overeenkomen met de centrale uitgangspunten. Gelukkig kom je niet meer op de brandstapel als je dergelijke afwijkende waarnemingen aanhangt. Popper zag het juist als taak van wetenschappelijk werk om te proberen bestaande theorieën omver te werpen, te falsificeren.

De man van de praktijk doet dat meestal niet. Een huisarts heeft maar een beperkt aantal minuten om zijn patiënt te diagnosticeren en eventueel door te verwijzen. Voor die efficiëntie heeft hij een soort algoritme nodig. Dat zit in zijn hoofd of staat op papier. Nieuwe ziekten worden niet zo gauw erkend. De arts heeft een aantal mogelijkheden in het hoofd bij waarneming van bepaalde verschijnselen bij een patiënt. Dat is een niet uitgeschreven algoritme voor diagnose en therapie. Vaak worden dit soort rijtjes ook nog schriftelijk vastgelegd in zogenaamde protocollen. Heel nuttig en tijdbesparend, maar ook verstorend in die zin dat kritisch nadenken bemoeilijkt wordt. Met een vast rijtje in je hoofd of op papier ga je je niet zo gauw meer afvragen of in een specifiek geval dat rijtje nog wel deugt.

Bij economen en politici zie je dat ze economische groei hoe dan ook goed en nodig vinden. Dat is ons huidige paradigma. Groei moet, al gaat het daarbij alleen maar om het maken van meer computerspelletjes, waarmee de spelers oorlogen voeren. Normen worden niet of nauwelijks gehanteerd. Bij uitzondering heeft de Chinese regering een paar dagen geleden de computerspelletjes veroordeeld als verslavend. Die veroordeling was niet goed voor de beurskoersen. Alle economische groei is positief, behalve als hij uit illegale en daardoor niet meegetelde goederen bestaat. Drugs tellen niet mee, drank en sigaretten wel. Alleen bij sommige diensten, zoals bij de zorg, wordt door ministers en verzekeraars geprobeerd om de kosten omlaag te werken. Goed voor hun uitgavenbeeld, slecht voor de economische groei. 

Inkomensverdeling is in ons paradigma een twistpunt. Medemensen in eigen land mogen niet verhongeren. In andere landen eigenlijk ook niet. Maar wat kunnen rijke landen doen voor arme landen? Misschien zijn er ook wel exoplaneten waar mensen honger lijden. Daar kunnen we in elk geval niets aan doen. Op onze eigen planeet is het al moeilijk genoeg om anderen te helpen. Geld aan regeringen geven helpt meestal niet, want dat gaat vaak linea recta naar rekeningen in Zwitserland. Eten sturen verstoort de landbouwsector en daarmee het vermogen van het ontvangende land om zichzelf te voeden. Sommige economen (soms heel beroemde) willen corruptie niet zien. Of ze begrijpen het verschijnsel gewoon niet. Dan wordt het buiten hun paradigma geplaatst.

Binnen een land heeft enige inkomensherverdeling plaats via belastingen en toeslagen. Bronnen van ergernis en ellende. Tegelijk nodig om de vraag naar goederen en diensten op peil te houden. Goede gezondheidszorg voor arme mensen is ook nodig om de rijkere exemplaren gezond te houden. Voldoende eten en drinken en goede huisvesting voor arme mensen helpen het inkomen op peil te houden van bedrijven, ondernemers, bankiers en aandeelhouders. Die laatsten zijn vooral pensioenfondsen, belangrijk om oude mensen in leven te houden.

Paradigmata en algoritmen, de samenleving kan er niet zonder. Maak ze alleen niet heilig. Zalig zijn ze al nuttig genoeg. 

Oosterbeek, augustus 2021

Reacties