Zorg, kosten en inkomen

 

Zorg, kosten en inkomen

Een dezer dagen zei een zorgverzekeraar dat een verdere groei van de zorgkosten onmogelijk was. Nu al zouden een op de vijf werkenden hun baan in de zorg hebben. Een op de vier zou niet kunnen. Een vorige minister van gezondheid had ook al dergelijke uitspraken. Dan gaan mensen denken dat het inderdaad zo moet zijn.

Helaas is het probleem van Baumol een oorzaak van relatief hoge lasten van arbeidsintensief werk. Ook is het kennelijk moeilijk om in de zorg een goed evenwicht te vinden tussen semi-overheidswerk en marktwerking. Beide worden om beurten verketterd.

Het idee van ambulatoria bij ziekenhuizen leek een aantal jaren geleden al een geschikte oplossing voor verpleegzorg bij gevaar van acute medische problemen. Daar is niets van gekomen. Dat maakt dat patiënten vaak onnodig lang in de dure ziekenhuizen blijven. Een  bedrijfseconomisch gezonde benadering van ziekenhuizen lijkt niet mogelijk.

Maar er is iets anders wat ontbreekt bij de kijk op zorgkosten. Iets wezenlijks. De kosten van de zorg vormen slechts één kant van een medaille. De andere kant betreft de inkomens. Alle kosten van de zorg zijn tevens deel van ons nationale inkomen. Wie de zorgkosten verlaagt doet dat ook met he nationale inkomen. Als je dat beseft dan kijk je heel ander tegen die zorgkosten aan. Zorg is een groeisector.

Er is een keuzeprobleem, zoals gebruikelijk bij economische kwesties. Wat heb je liever: meer werk voor zorg of liever voor computerspelletjes (Prosus)? Meer buitenshuis eten en drinken of meer zorg voor zieken en ouden van dagen?

De  vraag stellen is hem beantwoorden. Onze samenleving moet stoppen met ondoordacht doorrennen achter ongedifferentieerde economische groei. De voor ons bestaan essentiële problemen  moeten het eerst worden aangepakt.  Ook als dat ten koste gaat van prettige andere  activiteiten.

Meer en betere zorg en beter betaalde zorg horen bij de belangrijkste delen van een groeiend nationaal inkomen. Wees daar dus niet bang voor.

P.G. Dekker                                                                                                                          Oosterbeek, 18 november 2022

Reacties