Posts

Posts uit januari, 2021 tonen

Kenniseconomie, zand erover

  Kenniseconomie ……. zand erover   Kenniseconomie is geen kennis van economie, noch economie van de kennis, van kennissen of van één kennis. Kenniseconomie is een nieuw woord waarmee de gebruiker ervan afficheert dat hij kennis heel belangrijk vindt en dat het hele land dat moet doen. Mensen die echt veel kennis hebben vinden het begrip vaak maar een symbool van prietpraat.   Finland zou een kenniseconomie zijn, volgens Frans Nauta in het Financieele Dagblad van 3 januari 2003. Het is erg leuk om te wonen in een land dat bruist van de ideeën, schreef hij. Ook Nederland moet nu een kenniseconomie krijgen, een land worden met een volkshuishouding waarvan kennis een belangrijke component is. In een aparte verklaring zegt de regering, in navolging van de zogenaamde Lissabon-strategie van de E.U., dat Nederland tot de Europese voorhoede moet behoren op het terrein van hoger onderwijs, onderzoek en innovatie. De provincie Zuid-Holland heeft al subsidies ingesteld voor innov...

Terschelling, terug

  Terug naar het arme en rijke Terschelling Denkend aan Terschelling warrelen duizend associaties in me op. Als kind van vier ging ik voor het eerst naar Vlieland en het jaar daarop naar Terschelling. Voor Vlieland moest je midden op zee overstappen op het schip de Stortemelk. Ik was bang voor de stoomfluit die het vertrek aankondigde en heb eenmaal mijn lip gemeen gestoten aan een koffer op de Stortemelk. Lipje, lipje, klaagde het kind nog een uur. Ik heb er nu nog medelijden mee, maar mijn ouders maanden me tot flink zijn. In de oorlog had ik geregeld heimwee naar Terschelling. De afgelopen zeventig jaar ben ik dan ook zowat elk jaar, behalve tijdens de oorlog, toen het niet kon, tenminste één keer voor een paar weken naar Terschelling en Vlieland geweest. Sommige jaren ook naar Texel, Ameland en, als Groninger, vaak naar Schiermonnikoog. Eénmaal had ik zelfs het voorrecht naar Rottumeroog te mogen gaan. De Razende Bol, de Griend en Rottumerplaat zullen me wel eeuwig onthoude...

Toekomst en vicieuze complementariteit

  Onze toekomst, dure tasjes en vicieuze complementariteit Veel mensen zijn bang dat er over een paar decennia te weinig werk overblijft om iedereen een baan te bezorgen. Begrijpelijk, gezien de robotisering van werk. Maar de verzorging van zieken en ouden van dagen is een van de sterkst groeiende bedrijfstakken. Die leent zich niet voor volledige robotisering. In elk tijdperk zullen we moeten eten. De eerste stap in de voedselvoorziening wordt gezet door de landbouw. De boeren en tuinders maken nu nog circa drie procent uit van de beroepsbevolking. Na hun werk moeten de etenswaren ook nog klaar gemaakt worden voor de verkoop en verspreid worden. Pas daarna kunnen we het eten ook in onze mond stoppen. Naast eten, wonen en verwarmen willen we ook nog een goede medische verzorging krijgen. Dat laatste kost nu al meer dan 10% van ons nationale inkomen. De nadruk wordt veelal gelegd op de steeds maar stijgende kosten van de medische zorg. Maar denk eens aan het inkomen dat in die...

Eigenlijk oneigenlijk

  Eigenlijk oneigenlijk   Wat is eigenlijk oneigenlijk? Decennia geleden kwam ik het woord oneigenlijk het eerst tegen. Het kreeg toen de betekenis van gebruik van een wet of andere overheidsregeling op een heel andere manier dan bedoeld door die overheid. De wet- of regelgever vond het schandalig dat zijn mooie bedoelingen verkeerd werden gebruikt. In overheidskringen werd dan van oneigenlijk gebruik van de wet of regel gesproken. Het was vaak eigenlijk onduidelijk wat er met oneigenlijk bedoeld werd. Ik heb jonge ambtenaren gekend die trots waren dat ze het woord kenden en konden gebruiken, vaak eigenlijk niet helemaal correct, oneigenlijk dus. Zo was er eens een regeling waardoor bij uitvoer van suiker de accijns terug werd betaald, terwijl bij invoer van suiker gemengd met cacao geen accijns werd geheven. Een gewiekste ondernemer profiteerde daarvan door rijnaken vol suiker uit te voeren. Daarna liet hij er in een vrijhandelsgebied wat cacao aan toevoegen. De gemengd...

Hondenleed

  Hondenleed   John Janssen was mijn buurman. Hij kwam wel vaker een borrel bij me halen, want thuis mocht hij niet drinken van zijn vrouw. Hij liet alles wat over zich heen gaan, omdat hij te vriendelijk was om direct weerwoord te geven. Ruzie maken was niet zijn stijl. Zijn vrouw verachtte hem daarom een beetje. Wat moest je met zo’n slappeling? Scheiden was weer wat anders, ook al worden de meeste scheidingen tegenwoordig door vrouwen ingezet, krijg je vaak de indruk. De kinderen waren uit huis en helemaal alleen is ook geen aantrekkelijke toestand. Zo bleven ze aan elkaar vastzitten. Samen konden ze eens uit eten gaan of een wandelingetje maken. Zijn vrouw Ina vond de gezelligheid toch wat magertjes. Ze had behoefte aan meer affectie. Zo werd een hond aangeschaft. John was daar tegen, want hij hield niet van honden, maar Ina bepaalde wat er gebeurde. De hond heette Max, omdat dat nu eenmaal een hondennaam is, kort en duidelijk, met beslistheid uit te spreken zonder dat...

Onverwachte erfenis

  Een onverwachte erfenis   Een jaar geleden zijn mijn ouders gestorven. Naast hun gewone huis in Nederland hadden ze een kasteeltje in Frankrijk gekocht, met een echte slotgracht en een ophaalbruggetje. Wat is zo’n kasteeltje waard? Het kostte meer geld om tenminste een minimum aan onderhoud te doen dan je ooit zult betalen voor twee maanden een goede hotelkamer in Parijs. Maar goed, ze waren kasteelheer en –vrouw. In het begin was het nog leuk, dat kasteel, toen ze er werkkampen organiseerden voor de jeugd, die zo een goedkope vakantie in Frankrijk kon genieten. De laatste jaren ging dat allang niet meer. Wij, de kinderen hadden onze eigen besognes en konden ook niet even een vakantie gaan metselen en schilderen. Zo ging het kasteeltje steeds verder achteruit. Nu moest het verkocht worden, maar wie koopt een witte olifant? De gemeente wou het ook al niet overnemen voordat we tenminste de hele inboedel hadden verwijderd.   Wat een mens al niet kan verzamelen in e...

Leed dat belasting heet

  Leed dat belasting heet Belastingambtenaren hebben de taak om veel mensen leed toe te brengen. Dat betekent geld afpakken immers. Het gaat ten bate van de gemeenschap, dat wel. Of voor de heersende klasse. Soms worden buitenstaanders ingehuurd om belasting te heffen. Buitenstaanders die kunnen lezen en schrijven en wat meer verstand van geld hebben. In Polen werden in het verleden door de koning Joden binnengehaald voor het karwei. Die konden in elk geval lezen en schrijven. Het maakte die Joden niet populair bij de contribuabelen. In Nederlands-Indië werden Chinezen ingezet. Dat kwam hun populariteit niet ten goede. In Nederland worden belastinggaarders ook niet gewaardeerd door hun buren. Men herinnert zich Lieftinck als een goede minister van financiën. In zijn tijd werd hij door velen gehaat. Piet de Dief was zijn bijnaam. Ten onrechte, natuurlijk. Hij pakte niets af ten eigen bate. Hij liet de gulden enige waarde houden. Niet goed bekend is, dat hij de verzekeringsmaat...

Reis naar 't Paradijs

Reis naar ‘t Paradijs Gisteren kwam Henk terug van zijn reis naar ‘t Paradijs. Hij was even dood geweest, door een hartstilstand. En ja hoor, hij was in het paradijs beland, maar doordat zijn hart na korte tijd weer ging kloppen, dankzij een hartaanjager, kwam hij weer terug in het ondermaanse. Dat is een interessante reis geworden. Maar wel een die je niet te vaak moet herhalen. Op een gegeven moment kom je echt niet meer terug. Hij had nooit in een hemel geloofd. Dat was zoiets als Luilekkerland, waar je alleen komt als je je eerst door een rijstebrijberg heen hebt gegeten. Nou heb ik helemaal geen bezwaar tegen die rijstebrij. Heerlijk, als er maar genoeg suiker en kaneel door zit. Maar je door zo’n berg heen eten heeft toch zijn bezwaren. Wat zul je er kleverig uitkomen. En dan spreken we maar niet van het instortingsgevaar. Mogelijk iets voor Engelse krijgsgevangenen, maar niet zo geschikt voor deze tijd. Maar ik dwaal af. Het paradijs, of de hemel is iets heel reëels. Je ko...

Bijziendheid, politiek, markt en milieu

  Bijziendheid, politiek, markt en milieu   De beurskoersen hebben een forse knauw gekregen van de angst voor een Griekse ramp. Dit heeft weer eens getoond hoezeer massapsychosen ons gedrag bepalen. Een begrotingstekort van een paar procent van het Griekse nationale inkomen breekt het vertrouwen in de hele Eurozone. Griekenland heeft ongeveer 10 miljoen inwoners. Wat zou er gebeuren als China met 1300 miljoen mensen interne problemen kreeg?   Is die ramp uit de lucht gegrepen?   De volkshuishouding van de Sovjet Unie kreeg een ontzettende klap toen het communisme verlaten werd (zij het niet zo erg als toen het communisme ingevoerd werd). De plotselinge verandering van politiek-economisch stelsel maakte dat oude productie- en handelspatronen en daarmee bestaande specialisaties plotseling verlaten werden. Geen wonder dat mensen hun oude baan zagen verdwijnen en daarmee hun inkomstenbron. In China zijn de laatste decennia veel grote en kleine particuliere bedrijven ...

Van inboorlingen en uitboorlingen, misdadigers en zielepoten

  Van inboorlingen en uitboorlingen misdadigers en zielepoten Inboorlingen zijn mensen die in een bepaald land of een bepaalde streek geboren zijn. Uitboorlingen zijn elders geboren. Ikzelf ben in Nederland geboren, dus hier een inboorling. Eén van mijn grootouders was uitboorling. Het woord inboorling werd vroeger vaak gebruikt met een zekere neerbuigendheid voor mensen uit een land dat overheerst werd door uitboorlingen. Ten onrechte vinden we tegenwoordig vrij algemeen. Er zijn   mensen die vinden dat zij als inboorling meer rechten hebben dan uitboorlingen. Er zijn zelfs mensen die alle uitboorlingen ogenblikkelijk willen verwijderen, ook al zijn het mensen die op een strowis aan zijn komen drijven en levensgevaar hebben gelopen om hier te komen.   Wij wonen in een gemeente, Renkum, waar alle mensen buitengewoon vriendelijk met elkaar omgaan. Behalve… Ja, behalve een enkeling die hakenkruizen op een huis gaat spuiten en Go Home , alleen omdat daar uitboorlingen ...

Koning der Joden

  Waarschuwing: dit stukje is niet geschikt voor lezers die niet (willen) weten dat Jezus een Jood was. Koning der Joden Op Goede Vrijdag werd ik opengesneden en op Pasen vond de wederopstanding plaats. Dat zat zo. Na de oliebollen van oudjaar kreeg ik een ernstig loopprobleem. Oliebollensyndroom leek de eenvoudigste etikettering, maar de neuroloog dacht er anders over. Ik moest een beeld van mijn ruggengraat (tegenwoordig helaas met een n in het midden) laten maken met behulp van magnetische resonantie. “Hebt u mogelijk ook metaal in uw lijf, vroeg hij me voorzichtigheidshalve.” Een eenvoudige vraag, lijkt het, maar ik moest er diep over nadenken. Metaal? Ja, wat zijn er allemaal voor metalen? Ken ik het periodieke systeem van Mendelejew (en Lothar Meyer) nog wel goed genoeg? Wat zijn er allemaal voor metalen? Horen de halogenen daar ook bij, nee, toch niet. Nu vooruit: magnesium is een metaal en natrium misschien wel en aluminium zeker. Ja ik heb vast wel aluminium in mi...

Van hen en hun, hullie en zullie

  Van hen en hun, hullie en zullie Taalgebruik is zo aan stand gebonden. Maar de standen zijn zo weggesmolten, of moet ik versmolten zeggen? Als ze het onderwerp van een zin vormen dan vind je - al ver voor de tweede wereldoorlog - de vorm hun bij de arbeidersklasse. Daarnaast hoorde je vroeger ook hullie vrij veel, mogelijk naar analogie van jullie. Ik, jij, hij, wij, jullie en hullie. Eigenlijk is dat hullie wel een aardige vorm na jullie. Hullie hebben naast hun hebben . Hem heb (of hep ) naast hij heeft . In een wat ontwikkelde omgeving kreeg je dan een figuurlijke klap op je vingers bij een dergelijk taalgebruik: dat zeggen alleen onontwikkelde mensen! Het is net zoiets als met het gebruik van plee, poot en bek. Dat is een woordgebruik van grofbesnaarde lieden. Wij ontwikkelde en beschaafde mensen doen daar niet aan mee. De ontwikkelde burgerij gedraagt zich uiteraard beschaafd en is bovenal heel fatsoenlijk, zoals de Hallemannetjes, die zo bijzonder fatsoenlijk waren, i...

Freek Engel, gezien door zijn achterneefje

  Freek Engel, gezien door een achterneefje   Oom Freek speelde een grote rol in mijn leven, door zijn aanwezigheid alom met zijn “Engeltjes”. Al mijn - gelukkig schaarse – familieleden hebben en hadden overal Engeltjes hangen. Vaak koeien in een landschap van weilanden en water, soms een bloeiende boomgaard of een zandafgraving. Die koeien gingen me op een gegeven moment wat vervelen, tot ik, ouder geworden, zag hoe bijzonder ze geschilderd waren. Nog weer later kregen we uit een erfenis een paar schilderijen: Welkende bloemen, een dromerig Zicht op de Zaan en bovenal een buitengewoon mooie Kop van een stierkalf.   Dat laatste schilderij kreeg door restauratie en inlijsting een nieuw leven: zo ingetogen, zo echt, zo dromerig. Bezoekers zeiden, dat ze eigenlijk het kalfje wilden aaien. Oom Freek heeft eens gezegd dat hij van koeien hield, als stoffering van het landschap. Maar in dit schilderij heeft hij zijn ware karakter getoond, als iemand die echt van dieren hield...

Biologie en fascisme

  Biologie en fascisme “Wil je die verdrinkende woelmuis niet even een zetje geven om te overleven?” Dat werd een bioloog gevraagd, naar aanleiding van een film over de natuur van het Wad. “Nee, er zijn nog tienduizend andere”, was het antwoord. Voor biologen is de natuur iets prachtigs, zolang de mens maar niet ingrijpt. Nu ja, soms kun je de natuur ook “verbeteren”. Biodiversiteit staat hoog aangeschreven, afgezien van het Coronavirus. Wolven zijn populair bij biologen, niet bij lammetjes. Individuen zijn niet zo belangrijk, soorten wel. Vooral stevige goede soorten. Die manier van denken riekt sterk naar fascisme. Bewondering voor wat zich goed weet te handhaven. Geen empathie voor het verdrinkende individu. Geweld is mooi, voor biologen, zolang het niet van mensen komt. Als lijdend voorwerp zul je daar wat anders over denken. Toch is biologisch denken over ontwikkelingen goed om er meer van te begrijpen. Het aantasten van het regenwoud is geen gevolg van het gebruik van p...

Woorden

  Woorden Woorden hebben iets moois. Niet altijd, maar soms wel. Als je een verhaal schrijft of een artikel, dan probeer je de woorden in een goede volgorde te plaatsen. Je streelt ze even over hun bolletje en vervangt een wat ingewikkeld klinkend woord door een eenvoudiger exemplaar. Hoe klinkt de zin? Is er mogelijk iets mis met het ritme? Hoe krijg ik dat beter? Is de titel  wel goed en vertegenwoordigt hij het verhaal? Begint het verhaal met een pakkende zin die de lezer meeneemt op de tocht? Waar gaat het mis met de spelling? Is het betoog logisch en geeft het mijn bedoeling correct weer? Hoeveel woorden moeten eruit en wat kan eruit? Vind ik het begin weer terug aan het einde, zodat de cirkel rond is? Hoe moet ik de helden van het verhaal tekenen, zodat ze gaan leven? Verdienen ze het wel om te gaan leven? Wie moet sympathiek zijn en wie onsympathiek? En is het relaas complex genoeg om geloofwaardig te zijn? Eenvoud mag dan wel het kenmerk zijn van het ware, maar e...

Schaatsen, 't bin aaltied de scheuvels

  Schaatsen, ’t bin aaltied de scheuvels In de koude winter van eind 1944 reden we met zijn vieren van Helpman naar het Zuidlaarder Meer. Er was een eindeloze vlakte van glanzend ijs , met af en toe onderbrekingen van houtwalletjes en prikkeldraad. Dan was er wel een sloot die doorliep.   Mijn vrienden waren wat groter dan ik, meer uitgegroeid. Ze schaatsten ook beter. Alle drie hadden ze Friese Noren, met lange ijzers, en ik reed op zogenaamde doorlopers, met een iets langer ijzer dan gewone schaatsen. Met krachtige slag reden Wiep, Edward en Pieter voorop. Na een kwartiertje lagen ze al honderden meters voor en ze wachtten even op mij, de achterblijver. “Nou, jongens, uitgerust? Dan gaan we weer”, zei Pieter toen ik er puffend ook aan kwam. Zo ging dat een keer of tien. Eindelijk kwamen we aan de rand van het Zuidlaarder Meer. “We gaan maar weer terug”, zei Pieter. “Paul, je redt het wel. We gaan niet weer steeds op je wachten, want het wordt wat laat”. Toen ik bij Hel...

Sla geen paarden, Voltaire, Bentham en Singer

  Sla geen paarden; inquisitie, geo- en antropocentrische   ideeën: van Ptolemaeus tot Voltaire, Bentham en Singer   Mogen we een paard harder slaan dan een mens? Lijdt het paard daar minder onder, of is het lijden van een paard minder belangrijk dan dat van een mens? En hoe vergelijkbaar is dan het lijden van verschillende mensen, in verschillende tijden, landen en van uiteenlopende rassen? Moeten we daarop antwoorden vanuit het gezichtspunt van de mens of in het licht der eeuwigheid (sub specie aeternitatis)? Vragen waar iets meer antwoorden op gegeven kunnen worden dan veel mensen denken. Er is zelfs al heel lang op een zinnige manier over nagedacht en geschreven door vrij wat mensen. Ik wil op mijn eigen manier een poging doen tot formulering van een antwoord.   Het lijden van mensen en andere dieren   Er is een merkwaardig idee dat er een scherpe scheiding te maken valt tussen mensen en dieren: dieren zouden   samen één grote categorie vo...